16 september 2016

Geen direct recht op transitievergoeding bij het overeenkomen van een vaststellingsovereenkomst

Categorie: Bestuursrecht

Transitievergoeding bij een vaststellingsovereenkomst

Een vaststellingsovereenkomst tussen werkgever en werknemer geeft geen direct recht op een transitievergoeding, aangezien dit een beëindiging met wederzijds goedvinden is. Het is uiteraard wel zo dat indien aan een werknemer door een werkgever een voorstel ter beëindiging van het dienstverband wordt gedaan, de berekening van de transitievergoeding vaak een leidraad zal zijn.

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft nog maar eens geoordeeld dat het treffen van een vaststellingsovereenkomst niet met zich meebrengt dat de werknemer altijd een recht heeft op een transitievergoeding.

De casus

Partijen hebben een beëindigingsovereenkomst gesloten, waarin is bepaald dat het dienstverband per 29 september 2015 beëindigd zal zijn en over en weer is finale kwijting verleend. Partijen hebben daarbij geen beëindigingsvergoeding afgesproken. Werknemer heeft na afloop alsnog deze transitievergoeding gevorderd. Daarbij is de werknemer van mening dat de werkgever hem had moeten wijzen op het recht op een transitievergoeding. De rechter is het niet met de werknemer eens.

Onder het nieuwe recht bestaat de mogelijkheid dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, en de werknemer daarmee schriftelijk instemt. In dat geval is de werkgever altijd een transitievergoeding verschuldigd. De werknemer is van mening dat dit het geval is geweest. De kantonrechter volgt hem daarin niet. Het gaat immers om een vaststellingsovereenkomst en niet om een opzegging door de werkgever, waarmee de werknemer heeft ingestemd. Tevens is het de rechter ter ore gekomen dat de werknemer zelf weg wilde om een eigen bedrijf te beginnen en dat hij ook daarbij elders heeft gesolliciteerd. Hiermee komt de rechter tot de conclusie dat de werkgever geen transitievergoeding is verschuldigd. Op grond van de WWZ bestaat er geen verplichting voor de werkgever om bij de onderhandelingen ter zake het einde van de arbeidsovereenkomst te wijzen op een mogelijke aanspraak op een transitievergoeding. Werknemer heeft nog wel altijd veertien dagen, dan wel 21 dagen bedenktijd om zich te beraden over de inhoud van de overeenkomst en dat moet voldoende tijd zijn om informatie in te winnen bij een eventuele advocaat. Het verzoek voor de transitievergoeding wordt dan ook afgewezen.

Beeinding dienstverband en transitievergoeding

Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden is het niet zo dat er automatisch een transitievergoeding verschuldigd is. Het is aan de werknemer om betaling hiervan in de beëindigingsovereenkomst te laten vastleggen en dit het resultaat te laten zijn van de onderhandelingen.

Verdere vragen over dit onderwerp en andere vragen over het arbeidsrecht kan u contact opnemen met advocaat arbeidsrecht Rachelle Mourits.