14 april 2015

Voorlopige voorziening gaswinning

Categorie: Bestuursrecht

Belangenorganisaties gedupeerden gaswinning Groningen vorderen voorlopige voorziening

Vrienden van GC en andere belanghebbenden beogen met de gevraagde voorlopige voorziening tegen de Minister te bereiken dat in afwachting van de uitspraak in het bodemgeschil het besluit van de Minister wordt geschorst dan wel dat een voorlopige voorziening wordt getroffen inhoudende dat in het geheel geen gas mag worden gewonnen uit het Groningenveld dan wel dat in ieder geval uit de vijf clusters rond Loppersum en het cluster Eemskanaal geen gas mag worden gewonnen. Vrienden van GC en anderen wijzen op grote veiligheidsrisico’s die de gaswinning uit het Groningenveld heeft. Zij stellen dat inwoners van de provincie Groningen een onaanvaardbaar hoge kans lopen om slachtoffer te worden van een aardbeving dan wel een daardoor veroorzaakte overstroming of chemische ramp. Zij wijzen er daarbij op dat thans een deel van zowel de primaire als de regionale waterkeringen in de provincie Groningen niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en derhalve niet is bestand tegen sterke aardbevingen. Vrienden van GC en anderen stellen dat NAM op een chemisch bedrijventerrein in Farmsum, gemeente Delfzijl, benzeen opslaat en dat niet vaststaat dat de opslagtanks bestand zijn tegen aardbevingen.

Negatief advies gaswinning in verband met veiligheidsrisico’s

De belangenorganisaties hebben terzake de veiligheidsrisico’s onder meer verwezen naar het aan de minister uitgebrachte negatieve advies van Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: Staatstoezicht) van januari 2014, het negatieve advies van de Technische Commissie Bodembeweging en het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, uitgebracht in februari 2015, waarin wordt geconcludeerd dat de veiligheid van de Groningers jarenlang ten onrechte geen rol heeft gespeeld bij gaswinning in Groningen. Staatstoezicht concludeert in haar advies dat er aanwijzingen zijn dat productiebeperking leidt tot afname van aantal en zwaarte van aardbevingen, maar dat daarvoor geen wetenschappelijk bewijs is te leveren.

Spoedprocedure belanghebbenden besluit gaswinning

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak onderkent het belang om zo snel mogelijk een definitief oordeel te geven over de rechtmatigheid van het besluit van de minister. Voor een grondige beoordeling van alle bezwaren tegen het instemmingsbesluit is echter nader onderzoek nodig. Dat kan niet in deze spoedprocedure waarin snel een voorlopige uitspraak moet worden gedaan. De voorzieningenrechter heeft daarom een voorlopig oordeel gegeven waarbij hij alle betrokken belangen heeft afgewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak streeft ernaar om in de eerste helft van september 2015 een rechtszitting te houden waarop zij alle ruim 40 beroepschriften uitgebreid zal behandelen. Daarna zal de raad van State een definitieve uitspraak in deze zaak doen.

Risico gaswinning; schade door aardbeving(en)

Kennis en inzicht in de relatie tussen gaswinning en aardbevingen is in ontwikkeling. Ten tijde van het besluit en ook thans bestaat geen algemeen aanvaarde methodiek voor de berekening en weging van aardbevingsrisico’s. In het besluit van de minister staat vermeld dat de bepaling van het veiligheidsrisico bij aardbevingen als gevolg van gaswinning een aantal onzekere factoren kent. De minister heeft zich bij het besluit op het standpunt gesteld dat voor de periode 2014-2016 met grote zekerheid kan worden gezegd dat bij gelijkblijvende productie het aardbevingsrisico hoogstens beperkt zal toenemen.

Voorlopige voorziening tot einduitspraak Raad van State

De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is het veiligheidsrisico’s het hoogst zijn en volgens Staatstoezicht het zoveel mogelijk beperken van de gasproductie aldaar tijdelijk gunstige effecten lijkt te hebben op de seismische dreiging, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat gaswinning uit de clusters in en rond Loppersum anders dan de hoeveelheid die nodig is om de clusters open te houden, uitsluitend is toegestaan als in de andere clusters dan wel regio’s de daarvoor geldende productieplafonds nagenoeg zijn bereikt en uitsluitend indien dat vanuit een oogpunt van leveringszekerheid noodzakelijk is.

Uitspraak voorlopige voorziening Raad van State, 14 april 2015, 201501544/2/A4