26 januari 2015

Wanneer is bank aansprakelijk voor beleggingsadvies?

Categorie: Procederen en advies

Op 27 november 2014 heeft de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-418 uitspraak gedaan over de advisering bij de aankoop van een turbo (nr. 2014-418).

Sinds 2011 belegt klant via de ABN AMRO Trading. ABN AMRO geeft hierbij beleggingsadvies, waarbij ABN AMRO zich vooral richt op de actieve en ervaren belegger die op zijn minst over een vermogen van EUR 100.000 beschikt, op korte termijn winst wil behalen en bereid is risico te lopen. Ook hier is er een schade claim op basis van aansprakelijkheid bank door schending zorgplicht.

Er is door de klant in de zomer van 2011 aangegeven dat hij zijn hele portefeuille wilde verkopen, en op een later tijdstip opnieuw zou beginnen, namelijk op het moment dat de koersen zijn hersteld. Uiteindelijk besluit de klant af te zien van de verkoop van zijn aandelen door de hoge transactiekosten. Mocht u zelf een mogelijke claim hebben, dan kunt altijd met Jasper Hagers contact opnemen, advocaat financieel recht en gespecialiseerd in zorgplicht van banken.

Beleggingsadvies bank over beleggen in turbo’s

Op 12 september 2011 heeft de ABN AMRO een ‘trade suggestie’ via de e-mail gestuurd naar de klant. Het betrof een zogenaamde Turbo Short Eurostoxx 50 Index. De onderliggende waarde van deze turbo wordt geïndexeerd op basis van de Turbo Short Eurostoxx 50 Index en omvat een aandelenindex op basis van 50 belangrijke aandelen uit een aantal Europese landen. Verder werd er in deze e-mail een verdere beschrijving gegeven omtrent deze ‘trade suggestie’, een brochure over turbo’s waarin o.a. duidelijk wordt aangegeven wat de risico’s van zijn turbo’s zijn en een technische analyse over de Eurostoxx 50 index.

Op diezelfde dag nog heeft de klant gebeld met de ABN AMRO. Dit telefoongesprek is vastgelegd. Er komt duidelijk naar voren dat klant de e-mail van die dag nog niet heeft gelezen, een pessimistisch gevoel heeft t.o.v. de marktwerkingen en geeft de klant aan de investering niet helemaal in te kunnen schatten. Verder is het duidelijk dat de klant nog nooit in turbo’s heeft gehandeld en dat de ABN AMRO in de gaten zou houden wanneer de klant ervan af zou moeten. Uiteindelijk komt er tussen partijen een bedrag van EUR 60.000 aan investering overeen.

Ongeveer een maand later, op 4 oktober 2011 is er weer een gesprek gevoerd tussen klant en de ABN AMRO waarin aan de orde is gekomen dat de waardeontwikkeling van de Eurostoxx 50 index minder aansloot op de ontwikkeling van de portefeuille dan zou zijn verwacht. Desondanks is de klant niet van plan de Turbo te verkopen.

Uiteindelijk is 17 oktober 2011 het stop loss-niveau bereikt. Dit is de drempel waarbij de Turbo automatisch wordt beëindigd en afgewikkeld. De klant heeft zijn inleg op de Turbo verloren, met uitzondering van een geringe restwaarde.

Heeft de bank zorgplicht bij advies belegging geschonden?

De vraag die hier speelt isIs ABN AMRO tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de adviesrelatie door hem de aankoop van de Turbo te adviseren?

Aangezien er sprake is van een adviesrelatie, wordt er in beginsel vanuit gegaan dat de belegger zelf zijn beslissingen neemt en dan ook verantwoordelijk is voor de gevolgen daarvan. Dat is alleen in dat geval anders wanneer de adviseur niet heeft gehandeld zoals een redelijke handelend en redelijk bekwaam beleggingsadviseur betaamt. Wat relevant is voor de bepaling van deze maatstaf, wordt bepaald door verschillende omstandigheden, waaronder de beleggingsdoelstelling, het beleggingsprofiel, en de weging van de financiële situatie van de klant.

Wat is relevant bij schending zorgplicht?

Relevante punten die kunnen worden aangebracht, zijn o.a.

De geschiktheid van het product: wat is er geadviseerd en past dit bij de doelstelling van de klant?

In deze zaak gaf de klant aan zijn aandelen te willen verkopen en opnieuw te willen beginnen bij verbetering van de koersen. Zijn doel was om verdere waardedaling van zijn aandelen tegen te gaan.

Volgens de Commissie is het tegendeel bewerkstelligd. Er is een Turbo geadviseerd dat het risico op waardedaling van de portefeuille alleen gedeeltelijk afdekt en op deze manier is klant blootgesteld aan het risico op een waardedaling van de Turbo. Bovendien wordt het risico door de hefboomwerking van een Turbo vergroot;

Gehandeld in strijd met kent-uw-klant-beginsel/onderzoeksplicht?

Het kent-uw-klant- beginsel legt de verplichting op om als financiële instelling te achterhalen of de inhoud van zo’n overeenkomst verenigbaar is met de doelstellingen van desbetreffende klant. Hoewel klant nog nooit eerder had belegd in Turbo’s, heeft hij zelf aangegeven ervaring te hebben met offensieve beleggingsproducten, waaronder opties. Volgens de Commissie mocht de ABN AMRO er dan ook vanuit gaan dat de klant begreep wat een Turbo inhield en is de ABN AMRO op dit punt dan ook niet tekortgeschoten;

Tekortgeschoten in de voorlichting van de risico’s?

Hoewel de klant een gedetailleerde schriftelijke voorlichting heeft gehad omtrent de risico’s van het product, blijkt dat de mondeling informatieverstrekking ontoereikend is geweest. Tijdens het adviesgesprek is niet gewezen op het risico dat een waardedaling van zijn portefeuille niet altijd wordt gecompenseerd door een even grote waardestijging van de Turbo en omgekeerd evenmin. Aangezien de klant juist tot doel had de waardedaling van zijn aandelen in te perken, had de ABN AMRO hem hierop moeten wijzen tijdens het gesprek.

Heeft de klant na fout beleggingsadvies recht op schadevergoeding?

Recht op schadevergoeding ontstaat pas op het moment dat het voldoende aannemelijk is geworden, dat in het geval het tekortschieten niet had plaatsgevonden, de geadviseerde aandelentransactie en het daarop geleden verlies achterwege zouden zijn gebleven. Volgens de Commissie is er in deze casus daarvan sprake. ABN AMRO heeft een bepaald product geadviseerd, hetgeen niet verenigbaar was met het beoogde doel van de klant en had daarnaast de klant niet voldoende gewaarschuwd aan de daaraan verbonden risico’s. De zorgplicht omvat die verplichting om ervoor te zorgen dat de klant juist wordt voorgelicht over de aard en omvang van het risico en de mogelijk daaraan verbonden nadelige gevolgen om zo een passend product te kiezen.

Wanneer is sprake van (een deel) eigen schuld bij beleggen?

Om te bepalen of er sprake is van (een deel) eigen schuld, moet worden gekeken of de klant bekend had kunnen zijn met het feit dat de waardedaling van de portefeuille niet volledig zou worden gecompenseerd door een waardestijging van de Turbo en omgekeerd evenmin, en hij desondanks dat advies er toch voor heeft gekozen om er verder mee te gaan.

Zoals eerder vermeld, heeft de ABN AMRO op 4 oktober 2011 de klant telefonisch medegedeeld dat het gekozen product niet passend is. De klant wilde desalniettemin niet verkopen. Ongeacht of de klant – door de verkoop van het product – het verlies al dan niet daadwerkelijk optreedt, komt het geleden verlies na 4 oktober 2011 voor rekening van de klant.

Schade na beleggingsadvies: naar Kifid of rechtbank?

Bij het KifiD kunt u terecht indien u een klacht of geschil heeft omtrent hypotheken, financieringen, beleggingen, leningen en verzekeringen. Nog voordat het geschil bij de Commissie ligt, wordt er eerst bekeken of er alternatieve oplossingen zijn. Het KifiD is naast zijn laagdrempeligheid en de snelle afwikkeling van geschillen, ook minder kostbaar dan een rechtszaak. Er worden o.a. geen griffiekosten in rekening gebracht. Mocht het geschil uiteindelijk worden voorgelegd, zal deze door een onafhankelijke en objectieve Commissie worden beoordeeld.

Als gespecialiseerde advocaten in o.a. financieel recht en bankrecht kunne wij u bijstaan bij geschillen en klachten omtrent zorgplicht van banken.