18 mei 2026

Wanneer mag een bank uw rekening opzeggen? Hof zet rem op ABN AMRO in zaak Libische staatsfondsen

Categorie: Wwft, Zorgplicht banken

Een bank is in principe gerechtigd een relatie beëindigen, maar mag dat ook als een onderneming daardoor in de praktijk nergens meer terechtkan? Die vraag speelt in een recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over ABN AMRO en de vermogensbeheerder van Libische staatsfondsen. Sinds de ondergang van het regime van Muammar Khadaffi in 2011 vallen de fondsen onder VN-sancties die beogen het vermogen te behouden voor het Libische volk zolang de politieke situatie in Libië niet stabiel is.

Achtergrond van de opzegging van Libische bankrekening na de val van Khadaffi

De zaak draait om de Upperbrookfondsen: Libische staatsfondsen waarin publiek geld is belegd dat vooral uit olie-inkomsten afkomstig is. Na de val van het Libische regime stelden de Verenigde Naties sancties in. Het vermogen in de fondsen moet sindsdien worden bewaard voor het Libische volk, zolang onduidelijk is welke regering dat volk rechtmatig vertegenwoordigt. Over de zeggenschap in de fondsen wordt internationaal geprocedeerd. Je zou kunnen zeggen dat de gelden toebehoren aan de Libische staat, ofwel het Libische volk

De betrokken vermogensbeheerder beheert deze fondsen en exploiteert een hedgefund met een klein team. De onderneming maakt deel uit van een internationale familiegroep; de bestuurder is al jarenlang privé klant van ABN AMRO en levert zijn diensten via een Nederlandse managementvennootschap. Voor die diensten ontvangt hij via deze vennootschap een managementvergoeding die volgens de vermogensbeheerder, en onvoldoende weersproken door de bank, marktconform is.

Verscherpt klantonderzoek en opzegging door ABN AMRO

Na de val van het regime intensiveert ABN AMRO het klantonderzoek. Er loopt enige tijd een strafrechtelijk onderzoek, maar dat leidt niet tot vervolging. In 2022 legt de bank aanvullende voorwaarden op: er worden limieten gesteld aan de jaarlijkse in- en uitgaande betalingen, er geldt een aparte limiet voor de managementvennootschap en transacties moeten beperkt blijven tot vooraf aangewezen partijen. Enkele betalingen overschrijden deze grenzen of betreffen andere partijen. ABN AMRO besluit daarop de relaties met de vermogensbeheerder, de bestuurder en de managementvennootschap op te zeggen en plaatst hen op een interne risicolijst. Als redenen voert de bank aan: onvoldoende medewerking aan klantonderzoek, integriteitsrisico’s (met name het niet naleven van de voorwaarden), sanctierisico rond de Libische fondsen en reputatierisico vanwege de herkomst van het vermogen, mogelijke strafbare feiten en vermeende zelfverrijking.

Zorgplicht banken vanwege Wwft en belangenafweging

In kort geding oordeelt de voorzieningenrechter dat de bank de rekeningen mag sluiten. In hoger beroep komt het hof tot het tegenovergestelde oordeel. Het hof kijkt daarbij vanuit het juridisch kader voor “eenvoudige bankrelaties”: het ter beschikking stellen van betaalrekeningen. Op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) mag een bank zo’n relatie in beginsel opzeggen. Tegelijkertijd hebben banken, juist vanwege hun maatschappelijke rol, ook ten aanzien van zakelijke klanten een zorgplicht: zonder betaalrekening is het vrijwel onmogelijk om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen of een bedrijf te exploiteren. Daarnaast volgen uit de Wwft en het toezichtskader verplichtingen om klanten te screenen en afscheid te nemen als er serieuze integriteits- of sanctierisico’s bestaan. De kern is dat een belangenafweging moet worden gemaakt: het belang van de klant bij behoud van een rekening tegenover het belang van de bank bij beëindiging. Als opzegging, gelet op alle omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan de bank zich niet op haar contractuele opzeggingsrecht beroepen.

Beoordeling herkomst vermogen en klantonderzoek

Tegen deze achtergrond beoordeelt het hof de door ABN AMRO aangevoerde risico’s. De herkomst van het geld in de Upperbrookfondsen is voor het hof geen zelfstandig probleem: vaststaat dat het gaat om Libisch publiek vermogen dat onder VN-sancties valt en voor het Libische volk bestemd is. Het gaat niet om privévermogen van machthebbers, maar om publieke middelen die zijn veiliggesteld. Daarbij weegt mee dat ABN AMRO de vermogensbeheerder als klant heeft geaccepteerd toen het oude regime nog aan de macht was.

Bij het klantonderzoek oordeelt het hof dat de vermogensbeheerder “betrekkelijk uitgebreid” heeft geantwoord op de vele vragen van de bank. Structuur, familieverhoudingen en vermogensopbouw zijn toegelicht, en er zijn geen concrete aanwijzingen dat het familievermogen via strafbare steun aan het regime is verkregen. Het eerdere strafrechtelijke onderzoek heeft niet tot vervolging geleid. Omdat de bank niet duidelijk maakt welke informatie nog ontbreekt, acht het hof niet aannemelijk dat onvoldoende is meegewerkt aan het klantonderzoek.

Integriteits-, reputatie- en sanctierisico waar de bank naar kijkt bij beëindiging bankrelatie

Cruciaal is vervolgens de vraag of de door de bank opgelegde voorwaarden uit 2022 een geldige basis vormen voor het verwijt van integriteitsrisico. Volgens de vermogensbeheerder zijn deze voorwaarden nooit overeengekomen maar eenzijdig opgelegd. Het hof volgt dat standpunt: de ABV bieden geen algemene grondslag voor een eenzijdige, vergaande wijziging van de relatie met een commerciële klant, en van uitdrukkelijke instemming is niet gebleken. De voorwaarden binden de klant dus niet en kunnen ook niet worden “overtreden”. Zolang er geen concrete aanwijzingen zijn voor onregelmatigheden op de rekening, kan de bank niet zonder meer betalingen weigeren of vergaand beperken, zeker niet verder dan het wettelijke kader voor betalingstransacties in boek 7 BW toestaat. Daarmee valt de belangrijkste integriteitsgrond weg.

Ook het aangevoerde reputatie- en sanctierisico acht het hof onvoldoende onderbouwd. De Libische herkomst van de gelden en de hoogte van de beheervergoeding leiden op zichzelf niet tot de conclusie dat sprake is van zelfverrijking, witwassen of een reëel sanctierisico, mede omdat het beheer via gerenommeerde custodian banken en een Nederlandse stichting met onafhankelijk bestuur verloopt en de vermogensbeheerder zelf niet onder sancties valt. De door de bank geschetste risico’s zijn daarmee te abstract en niet voldoende om de opzegging van de bankrelatie te rechtvaardigen.

Belang van de bedrijfsvoering van de rekeninghouder in het licht van opzegging bankrelatie

Daartegenover staat het belang van de klant en zijn bedrijfsvoering. De vermogensbeheerder voert aan dat, als ABN AMRO de relatie vanwege integriteits- en sanctierisico’s mag beëindigen, andere banken naar verwachting zullen weigeren om een nieuwe rekening te openen. Dat zou de bedrijfsvoering ernstig aantasten. Het hof acht dat scenario reëel en komt, alles afwegend, tot de conclusie dat de opzegging in deze zaak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

De opzegging van de relatie door de bank is ingrijpend. Zeker in het voorbeeld wat we hier hebben besproken, maar ook een bankrelatie die met een opzegging van zijn bankrekening in ander omstandigheden te maken heeft. Blenheim heeft ervaring met deze situaties en daar ook regelmatig over geprocedeerd. Wij delen onze expertise graag met u.