12 maart 2014

Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen: uniformering normen en regels voor verenigingen en stichtingen

Categorie: Bestuursrecht

Aanleiding voor wetsvoorstel

Bestuurders en toezichthouders worden geacht hun taak behoorlijk te vervullen. In dat kader is van belang dat helder in de wet is geregeld wat die taak is, dat zij bij de vervulling ervan de belangen van de rechtspersoon moeten laten prevaleren boven hun eigen belangen en dat wanneer zij hun taak onbehoorlijk vervullen, zij voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk kunnen worden gehouden. Op deze punten bestaat op dit moment echter nog niet voor alle rechtspersonen een uniforme regeling.

Veel verenigingen en stichtingen kennen op dit moment al een toezichthoudend orgaan. Veelal omdat de instelling van een toezichthoudend orgaan op basis van sectorspecifieke regelgeving verplicht is. In boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ontbreekt daarvoor echter nog een expliciete wettelijke grondslag.

Verschillen bestaan bovendien tussen NV’s, BV’s en coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen enerzijds en verenigingen en stichtingen en anderzijds.

Ook kent de wet verschillende regelingen voor commerciële en niet-commerciële verenigingen en stichtingen.

De bestaande verschillen leiden tot onduidelijkheid. Zij kunnen tot gevolg hebben dat toezichthouders niet goed weten wat van hen verwacht wordt en niet ingrijpen wanneer daartoe wel aanleiding bestaat. Een en ander draagt derhalve niet bij aan een behoorlijke taakvervulling door bestuurders en toezichthouders bij verenigingen en stichtingen. In dat kader wordt een voor alle rechtspersonen geldende, uniforme regeling geïntroduceerd.

Doel wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel beoogt voor verenigingen en stichtingen, op dezelfde wijze als voor NV’s en BV’s, te regelen dat:

  1. bestuurders en toezichthouders zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de met die rechtspersoon verbonden organisatie;
  2. bestuurders en toezichthouders met een tegenstrijdig belang zich moeten onthouden van deelname aan de beraadslaging en besluitvorming;
  3. bestuurders en toezichthouders aansprakelijk kunnen zijn voor schade als gevolg van onbehoorlijke taakvervulling; en
  4. in het geval van een faillissement dat in belangrijke mate is veroorzaakt door een onbehoorlijke taakvervulling, bestuurders en toezichthouders hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn voor een tekort in de boedel.

    Regelingen in wetsvoorstel

    Daartoe wordt in het wetsvoorstel een aantal zaken vastgelegd, te weten:

  • een wettelijke grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij de vereniging en de stichting;
  • de norm voor besturen en het houden van toezicht, waarnaar (alle) bestuurders en toezichthouders van rechtspersonen zich bij het vervullen van hun taak moeten richten;
  • een uniforme tegenstrijdig belangregeling voor alle rechtspersonen;
  • een uniforme regeling voor hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders, in geval er sprake is van een tekort in de boedel bij een faillissement dat in belangrijke mate is veroorzaakt door een onbehoorlijke taakvervulling;
  • de aanpassing van de regeling waarbij bestuurders en toezichthouders van een stichting op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie kunnen worden ontslagen door de bevoegde rechtbank.

    Nadere toelichting op onderdelen

    De tegenstrijdig belang bepaling in het wetsvoorstel luidt hetzelfde als de regeling die sinds de invoering van de Wet bestuur en toezicht al voor BV’s en NV’s geldt: degene die een (persoonlijk) tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming. Kan daardoor binnen het bestuur geen besluit worden genomen, dan verschuift de bevoegdheid om een besluit te nemen naar het toezichthoudend orgaan en – als dat er niet is – naar de algemene vergadering. Kan binnen het toezichthoudend orgaan als gevolg van een tegenstrijdig belang geen besluit worden genomen, dan verschuift de bevoegdheid ook weer naar de algemene vergadering.

    Voor de stichting gelden afwijkende eisen als er geen sprake is van een toezichthoudend orgaan, of er wel een toezichthoudend orgaan is maar het tegenstrijdig belang daar (ook) speelt. In die gevallen wordt schriftelijke vastlegging geëist van de overwegingen die geleid hebben tot het besluit.

    De huidige regeling voor aansprakelijkheid van bestuurders van BV’s en NV’s voor het tekort in de boedel bij faillissement wordt door verplaatsing naar de Faillissementswet én uniformering van de termen van toepassing op alle rechtspersonen. Nieuw is dat de aansprakelijkheid ook wordt uitgebreid naar toezichthouders.

    Op dit moment is het nog erg lastig om bestuurders (en toezichthouders) van een stichting door de rechtbank te laten ontslaan. Op grond van het wetsvoorstel kan een bestuurder of toezichthouder straks echter worden ontslagen als hij het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie zodanig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van zijn bestuurderschap/lidmaatschap van het toezichthoudend orgaan in redelijkheid niet kan worden geduld. Een dergelijk ontslagverzoek kan door een belanghebbende of het openbaar ministerie bij de rechtbank worden ingediend. Met invoering van deze norm wordt beoogd een open geformuleerde ontslaggrond te bieden, die enerzijds ruimte biedt om rekening te houden met de omstandigheden van het geval en anderzijds lichtvaardige ontslagverzoeken zoveel als mogelijk tegen gaat.

    Kritische noot

    Hoewel de uniformering bijdraagt aan de gewenste duidelijkheid over de toepasselijke normen en regels, heeft de Commissie Vennootschapsrecht zich enigszins kritisch uitgelaten over enkele van de voorgestelde wijzigingen, zoals de uniforme tegenstrijdig belangregeling en de aangepaste ontslaggronden. De Commissie vindt de voorgestelde regeling wat zwaar aangezet voor verenigingen en stichtingen.

    Het is goed mogelijk dat naar aanleiding van deze internetconsultatie nog aanvullende opmerkingen worden gemaakt, die zullen leiden tot een wijziging in het wetsvoorstel.

    Voor meer informatie over dit wetsvoorstel kunt u vrijblijvend contact opnemen met: