21 juni 2013

Wijziging in bestuur van vennootschappen

Categorie: Bestuursrecht

De Wet Bestuur en Toezicht is op 1 januari 2013 in werking getreden. Nederlandse ondernemingen krijgen de mogelijkheid een bestuur in te stellen waarin zowel bestuurders als commissarissen zitting hebben (one-tier board). Voor 1 januari 2013 gold in Nederland het ‘two-tier board’-model dat uitging van een raad van bestuur en een aparte raad van commissarissen. De Wet Bestuur en Toezicht heeft geleid tot een aantal wijzigingen. Mr. M. L. van Kleef legt in deze blog de belangrijkste wijzigen uit, waar u als ondernemer (bestuurder) te maken mee kunt krijgen.

Wettelijke basis voor de one tier board (artikel 2:129a BW)

Bij een one-tier board nemen uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders plaats in een bestuur. Dit in tegenstelling tot een two-tier board waarbij de raad van bestuur en de raad van commissarissen als aparte organen naast elkaar functioneren. Bij een one tier-board is het bestuur, bestaande uit zowel uitvoerende als niet uitvoerende bestuurders, belast met het besturen van de vennootschap. Deze bestuurstaak is in beginsel een taak van de gezamenlijke bestuurders waarvoor iedere bestuurder verantwoordelijkheid draagt en onder omstandigheden ook hoofdelijk aansprakelijk kan worden gehouden. De niet-uitvoerende bestuurder is dus net zo verantwoordelijk (en onder omstandigheden aansprakelijk) als de uitvoerende bestuurder. Er is echter voor de bestuurder een mogelijkheid opgenomen om onder aansprakelijkheid uit te komen. Dit is het geval indien de bestuurder geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en wanneer hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur tegen te gaan. Om zich vrij te kunnen pleiten van aansprakelijkheid is het voor uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders van essentieel belang dat er een duidelijke taakverdeling wordt opgesteld. Deze taakverdeling tussen uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders vindt bij statuten plaats. De wet geeft wel enkele beperkingen ten aanzien van de taakverdeling.

Voordelen van een one-tier board zijn onder meer dat doordat de uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders in een bestuur zitten, de niet uitvoerende bestuurders meer bij bedrijfsvoering worden betrokken en daardoor meer informatie ontvangen over het bestuursbeleid. Een nadeel van een one-tier board kan zijn dat door de grote betrokkenheid van de niet-uitvoerende bestuurders zij minder onafhankelijk tegenover het bestuur staan. Bovendien zijn niet uitvoerende bestuurders op dezelfde manier verantwoordelijk en aansprakelijk als de uitvoerende bestuurders.

Limitering aantal toezichthoudende functies bij grote vennootschappen (artikel 2:132a en artikel 2:142a BW)

Er wordt een maximum gesteld aan het aantal functies dat bestuurders en commissarissen van een grote NV, BV of stichting kunnen bekleden. Een bestuurder van een grote vennootschap mag nog slechts bij twee grote vennootschappen lid zijn van de RvC of van een ander toezichthoudende orgaan. Ook bepaalt de wet dat een persoon geen toezichthoudende functies mag bekleden bij vijf of meer grote vennootschappen, waarbij het voorzitterschap van de raad van commissarissen voor twee telt. Daarnaast kan de functie van bestuurder en voorzitter van een raad van commissarissen (c.q. het zijn van niet-uitvoerend bestuurder in een one-tier board) niet gecombineerd worden.

De vereisten van een grote vennootschap worden genoemd in artikel 2:397 BW. Een rechtspersoon wordt aangemerkt als grote rechtspersoon als ten minste aan 2 van de volgende criteria wordt voldaan aan het einde van een boekjaar:

  • de waarde van de activa bedraagt meer dan € 17 500 000;
  • de netto-omzet bedraagt meer dan € 35 000 000
  • het gemiddeld aantal werknemers bedraagt meer dan 250.
  • Overschrijding van het maximum aantal bestuurs- en toezichtsfuncties leidt tot nietigheid van de benoeming. De reeds genomen besluiten van het bestuur of de raad van commissarissen blijven wel in stand.

Tegenstrijdig belangen regeling (artikel 2:129 lid6 en artikel 2:140 lid5 BW)

Voor de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht gold dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van alle bestuurders werd aangetast, indien een bestuurder een direct/indirect tegenstrijdig belang had. Indien een bestuurder ondanks de aanwezigheid van een tegenstrijdig belang en daarmee onbevoegd de vennootschap had vertegenwoordigd, kon de vennootschap deze onbevoegdheid aan derden tegenwerpen indien de derde met het tegenstrijdig belang bekend was, dan wel bekend had behoren te zijn. Het gevolg hiervan was dat de vennootschap niet gebonden was aan de rechtshandeling.

Sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht heeft een tegenstrijdig belang van een bestuurder slechts gevolgen voor de interne besluitvoering van de vennootschap. De nieuwe regeling verbiedt een bestuurder en een commissaris met een direct/indirect tegenstrijdig belang deel te nemen aan de beraadslaging en de besluitvorming van de vennootschap. Indien een besluit is genomen door een bestuurder en/of commissaris met een tegenstrijdig belang, dan is dat besluit vernietigbaar. Indien een besluit wordt vernietigd, werkt dat slechts binnen de onderneming. De vernietiging werkt niet tegenover derden. De onderneming blijft dus gebonden aan het besluit.

Evenwichtige verdeling man en vrouw bij grote vennootschappen (artikel 2:166 BW)

De wet streeft naar een evenwichtige verdeling binnen de raad van besuur en de raad van commissarissen tussen de mannen en vrouwen bij grote vennootschappen. Van een evenwichtige verdeling is sprake indien ten minste 30% van de zetels wordt bezet door mannen en ten minste 30% wordt bezet door vrouwen. Op het niet realiseren van de streefcijfers staat geen sanctie, maar de vennootschap zal in dat geval in haar jaarverslag dienen uit te leggen waarom de zetels niet evenwichtig zijn verdeeld.

De rechtsverhouding tussen een beursvennootschap en bestuurder wordt niet meer aangemerkt als arbeidsovereenkomst (artikel 2:132 lid3 BW).

De rechtsverhouding tussen bestuurder en een beursvennootschap kan niet langer worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Dit betekent onder meer dat voor de beëindiging van de arbeidsrechtelijke verhouding tussen bestuurder en onderneming het ontslagrecht, met de daarbinnen ontwikkelde systematiek (‘de kantonrechtersformule’) niet meer van toepassing zal zijn. De aanleiding voor deze nieuwe regeling is gelegen in de arbeidsrechtelijke ontslagbescherming die de bestuurder/werknemer geniet. In veel gevallen krijgt een bestuurder op grond van een arbeidsovereenkomst bij zijn vertrek een hoge ontslagvergoeding mee. De rechtsverhouding tussen bestuurder en beursvennootschap wordt nu aangemerkt als overeenkomst van opdracht. Echter, ook binnen die rechtsverhouding kunnen afspraken worden gemaakt over een vertrekvergoeding, dus aan de effectiviteit van deze maatregel kan worden getwijfeld.

Vragen over de Wet Bestuur en Toezicht

Mocht u vragen hebben over alles wat met bestuur van een vennootschap of toezicht op het bestuur van een vennootschap betrekking heeft, dan kunt vrijblijvend contact opnemen met een van de advocaten van de praktijkgroep Vennootschapsrecht van Blenheim Advocaten.