10 maart 2026

Wwft in de praktijk: wat ondernemers in de retailsector móeten weten in 2026

Categorie: Wwft

Steeds meer ondernemers in de retailsector krijgen te maken met de Wwft, vaak zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. De recent geactualiseerde Leidraad Wwft 2026 van de Belastingdienst (Richtlijnen voor bemiddelaars inzake koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen) bevestigt dat de reikwijdte van de wet veel groter is dan veel retailers denken.

De wet is allang niet meer voorbehouden aan banken, notarissen of makelaars; ook detailhandelaren in waardevolle goederen vallen steeds vaker rechtstreeks onder het toezicht. In deze blog bespreken we de belangrijkste verplichtingen, risico’s en aandachtspunten voor ondernemers die in 2026 op een zorgvuldige manier aan de Wwft willen voldoen.

Wanneer valt een retailer onder de Wwft?

De Wwft geldt voor een brede groep beroepsbeoefenaren. Onder deze regelgeving vallen onder meer:

  • handelaren die goederen kopen of verkopen
  • tussenpersonen die bemiddelen bij de aan- of verkoop van specifieke goederen
  • partijen die actief zijn in de handel van kunstobjecten
  • makelaars en bemiddelaars bij vastgoedtransacties en huurcontracten
  • taxateurs van onroerend goed
  • exploitanten van pandhuizen
  • dienstverleners die zakelijke domicilieadressen aanbieden

Voor de categorie ondernemers die beroeps- of bedrijfsmatig waardevolle goederen verkopen of bemiddelen,  gaat het om goederen met een verhoogd risico op witwassen. Denk aan voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen. Veel ondernemers denken dat alleen hele dure producten hieronder vallen of dat het alleen geldt wanneer contant wordt betaald, maar dat is niet het geval.

Het risico op witwassen is leidend. Dat betekent dat een retailer ook onder de Wwft kan vallen wanneer de verkoopprijs relatief laag lijkt maar de goederen populair zijn binnen risicovolle handelsstromen.

Het is belangrijk om als ondernemer te beoordelen of uw bedrijfsactiviteiten binnen deze categorie vallen. In de praktijk blijkt dat veel retailers onvoldoende stilstaan bij dit uitgangspunt, waardoor verplichtingen soms (onbewust) worden gemist.

Risicobeoordeling: de basis van Wwft‑compliance

Iedere ondernemer die onder de Wwft valt, moet een actuele en concrete risicobeoordeling opstellen. Deze vormt de basis van alle overige verplichtingen. De risicobeoordeling moet ingaan op product- en transactierisico’s, cliëntenrisico’s, landenrisico’s en interne kwetsbaarheden. Die laatste categorie,  zoals personeel dat onvoldoende kennis heeft of gevoelig is voor beïnvloeding, wordt in de Leidraad Wwft 2026 van de Belastingdienst extra benadrukt.

In de praktijk gebeurt het regelmatig dat ondernemers een risicobeoordeling opstellen die te algemeen is of grotendeels gekopieerd lijkt uit een standaarddocument. Dit kan ertoe leiden dat toezichthouders concluderen dat er onvoldoende inzicht is in de werkelijke risico’s van het bedrijf. Fysieke winkels in luxe goederen hebben immers te maken met andere risico’s dan webshops, markthandelaren of tussenpersonen.

Een simpel voorbeeld: een juwelier die contante betalingen accepteert, loopt andere risico’s dan een verkoper van designmeubelen die uitsluitend op rekening werkt. Daarom is het essentieel om een risicobeoordeling te maken die aansluit op de feitelijke situatie in uw onderneming.

Het contantverbod vanaf €3.000

Bedrijven waren tot 1 januari 2026 verplicht om ongebruikelijke transacties te melden wanneer sprake was van contante betalingen van €10.000 of meer. Tot 1 januari 2026 waren alle handelaren in goederen onder de Wwft gebracht bij hoge contante betalingen.

Sinds 1 januari 2026 geldt een strikt verbod op contante betalingen van €3.000 of meer bij handelaren in goederen. Dit verbod geldt voor alle ondernemers die goederen aan- of verkopen. Er zijn geen uitzonderingen voor specifieke sectoren. Deze grens is absoluut en kent geen uitzonderingen. Het maakt dus niet uit of de klant een vaste klant is, de identiteit bekend is of de transactie op het laatste moment wordt gesplitst.

Een voorbeeld: wanneer een klant €2.800 contant betaalt en €500 per bank, dan blijft de transactie binnen de wettelijke kaders. Maar zodra de contante betaling €3.000 of hoger wordt, moet de transactie worden geweigerd. Dit geldt ook wanneer de klant probeert te spreiden over twee afzonderlijke aankopen.

Het contantverbod moet worden gezien als een belangrijk instrument om grote hoeveelheden ongecontroleerd geld buiten de deur te houden. Ondernemers doen er goed aan deze regel duidelijk te communiceren richting personeel, zodat er geen twijfel ontstaat aan de kassa.

Meldplicht: ook als de transactie niet doorgaat

De Wwft verplicht ondernemers om ongebruikelijke transacties te melden bij FIU‑Nederland. Een belangrijk punt dat in de Leidraad Wwft 2026 opnieuw wordt benadrukt, is dat óók voorgenomen transacties gemeld moeten worden wanneer het gedrag van een klant ongebruikelijk is.

Dit betekent dat de transactie niet hoeft plaats te vinden om meldplichtig te zijn. Bijvoorbeeld wanneer een klant meerdere namen gebruikt, ineens wegloopt wanneer legitimatie wordt gevraagd, derden inschakelt om goederen op te halen of hardnekkig contant wil betalen zonder duidelijke verklaring.

Het gebeurt regelmatig dat ondernemers denken dat er alleen een meldplicht bestaat wanneer er daadwerkelijk goederen zijn verkocht. Dat is onjuist. De intentie en het gedrag van de klant zijn minstens zo belangrijk. Hierdoor kunnen verdachte handelsstromen in een vroeg stadium worden gesignaleerd.

Actief toezicht door DFEI en OM

Sinds 1 januari 2026 zijn het Bureau Toezicht Wwft en het Bureau Economische Handhaving samengevoegd. Zij opereren vanaf die datum onder één nieuwe naam: de Dienst Financieel‑Economische Integriteit (DFEI).

Toezichthouder DFEI voert actief toezicht uit, variërend van dossieronderzoeken tot fysieke bedrijfsbezoeken. Hierbij wordt gekeken naar risicobeoordelingen, interne procedures, trainingsprogramma’s en de dagelijkse praktijk binnen het bedrijf. Niet alleen het beleid, ook het feitelijk handelen van personeel wordt beoordeeld.

De recente strafbeschikking voor Louis Vuitton onderstreept dat het niet naleven van de Wwft kan leiden tot forse sancties, zelfs bij grote internationale merken. Wel is van belang dat de Louis‑Vuitton‑casus speelde onder het oude Wwft‑regime, waarin nog de meldplicht bij contante betalingen vanaf €10.000 gold. Retailers moeten zich dus realiseren dat ook zij onder dit toezicht kunnen vallen en dat controles steeds intensiever worden.

Daarom is het verstandig om interne processen regelmatig tegen het licht te houden en personeel goed te trainen in het herkennen van ongebruikelijke signalen.

Conclusie

Voor ondernemers in de retailsector is het cruciaal om hun Wwft‑verplichtingen zorgvuldig in te richten. De combinatie van een actuele risicobeoordeling, heldere interne procedures, goed geïnformeerd personeel en zorgvuldig cliëntenonderzoek zorgt ervoor dat risico’s worden beperkt.

Laat u daarom tijdig adviseren over de inrichting van uw Wwft‑beleid en de praktische toepassing ervan. Dit voorkomt problemen achteraf en draagt bij aan een betrouwbare bedrijfsvoering.