Recreatiewoning verplicht verhuren van de gemeente? Misbruik bestemmingsplan?

Het verplichten van eigenaren van een recreatiewoning deze te verhuren is niet toegestaan in een bestemmingsplan.

In het algemeen geldt ingevolge artikel 3.1 WRO dat de gemeenteraad een bestemmingsplan vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Een gebruiksbepaling dient als een verbod (om in strijd met de bestemming te gebruiken) te worden geformuleerd en niet als een gebod. Het verplichten van eigenaren om hun huis te verhuren betreft een gebod. Dat is niet toegestaan in een bestemmingsplan.

Wat wel en wat niet in bestemmingsplan over verhuren recreatiewoning?

De bevoegdheden die de Wet Ruimtelijke Ordening aan de gemeente verleent, strekken alleen tot behartiging van planologische belangen. Concrete invulling van een bestemmingsplan vindt plaats door afweging van alle betrokken belangen, waaronder bovengemeentelijke, gemeentelijke en particuliere belangen. Een goede ruimtelijke ordening wordt verkregen door het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk (ABR 21 september 2000, Dongen, STAB 2000, 00-110). In een bestemmingsplan dient ook geen regeling opgenomen te worden die ruimtelijk niet relevant is (Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak 9 maart 2005, 200402204/1). Materiële ruimtelijke ordening in Nederland (hetgeen inhoudelijk in het bestemmingsplan is opgenomen) wordt grotendeels beheerst door rechters recht. Lees ook: vergunning wijziging bestemmingsplan.

Verbod op permanente bewoning recreatiewoning

Jurisprudentie/literatuur

Het handboek Ruimtelijke Ordening en Bouw, mr. A.W. Klaassen 2010, pagina 191:

Het afdwingen van gebruik door wisselende personen – door een verplichte verhuur gedurende een bepaalde periode – biedt meer garanties in de strijd tegen permanente bewoning. Vooral bij reeds bestaande recreatiewoningen levert deze eis van bedrijfsmatige exploitatie problemen op. De eis van bedrijfsmatige exploitatie, inhoudende dat bungalows 48 weken per jaar voor de verhuurmarkt beschikbaar moeten zijn, werd door de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak, niet geaccepteerd. Dit had te maken met feit dat de bungalows al ruim tien jaar in particuliere handen waren. Mede omdat niet duidelijk was hoe de verwezenlijking van de bedrijfsmatige exploitatie moet plaatsvinden bij bungalows die in particuliere handen waren en op dat moment niet bedrijfsmatig werden geëxploiteerd, was niet zeker of de bestemming binnen de planperiode zou worden verwezenlijkt.

Zie verder ABR 12 april 2006, 200506523/1, Wisch, AW 1263. Het betrof hier het opleggen van bedrijfsmatige exploitatie van vakantiewoningen in particulier eigendom. Het opleggen van deze eis leidt in dit geval tot een beperking van het gebruik die om planologische redenen niet gerechtvaardigd is, zodat het plandeel in strijd is met de goede ruimtelijke ordening.

Nieuwe bestemming bestemmingsplan binnen 10 jaar ?

Onduidelijk is hoe verweerder en de gemeenteraad zich thans de verwezenlijking van de bedrijfsmatige exploitatie van bungalows, die in particuliere eigendom zijn en die thans niet bedrijfsmatig worden geëxploiteerd, hebben voorgesteld. Gelet hierop is onvoldoende zeker of de bestemming binnen de planperiode zal worden verwezenlijkt. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het gemeentebestuur zich met betrekking tot het vorige plan op het standpunt heeft gesteld dat de eigenaren van de bungalows niet verplicht zijn om de bungalows te verhuren, dat het voornemens was om deze verplichting voor Rabbit Hill uit het plan te halen en dat ter zitting van de zijde van de gemeenteraad is gesteld dat in dit geval handhaving van de planvoorschriften in zoverre niet mogelijk is. (ABR 16 januari 2008, Epe, 20060245/1)

Verplichting verhuur recreatiewoning hoort niet in bestemmingsplan

Het verplichten van eigenaren om hun huis te verhuren betreft een gebod. Een bestemmingsplan kan slechts verbods- en geen gebodsbepalingen bevatten en kan geen actieve verplichting tot verwezenlijking van de bestemming opleggen (ABR 11 januari 2000, Wageningen, JB 2000/26 en ABR 9 april 2000, Borsele, 200205912/1, AB Kort 2003, 328). De laatste uitspraak betreft de verplichting in het bestemmingsplan dat hoog opgaande beplanting wordt aangebracht.

Indien ten onrechte een gebodsbepaling is opgenomen in het bestemmingsplan, ook wel genoemd een imperatieve formulering, dat kan deze bepaling onverbindend zijn (ABR 5 september 2001, Roermond, AB Kort 2001, 548). Verplichte verhuur kan overigens wel opgelegd worden aan een eigenaar indien die in de notariële akte is bepaald.

Stel vrijblijvend u vraag over verhuur van uw recreatiewoning aan advocaat bestuursrecht Mark van Weeren.

Gepubliceerde Artikelen

Het Bibob-formulier, een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk zwaard van Damocles? Valsheid in geschrifte ligt op de loer

Lees verder

Het Bibob-formulier, een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk zwaard van Damocles? Valsheid in geschrifte ligt op de loer

Lees verder