Woordenlijst erfpacht en zakelijke rechten

Afkoop van de canon: vooruitbetaling van de canon voor een bepaalde periode door betaling  van een geldbedrag ineens.

Afgekocht recht: erfpachtrecht waarvoor de canon voor een bepaalde periode is vooruitbetaald.

Akte: een onderhands (niet notariële) ondertekend document of notariële akte dat gebruikt wordt als bewijsdocument; bij erfpacht wordt dan bedoeld de erfpachtakte.

Algemene Bepalingen, algemene voorwaarden of erfpachtvoorwaarden: de standaardvoorwaarden die gelden voor een waarin de rechten en plichten van zowel de erfpachter als de gemeente opgenomen.

Appartementsrecht –wettelijke definitie art. 5:106 lid 4 BW: een aandeel in de goederen (onroerende zaak) die in een splitsing zijn betrokken, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het gebouw die blijkens hun inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.

Bijzonder kopersbelang: het belang van de erfpachter die bloot eigendom koopt waardoor de beperkingen van erfpacht vervallen hetgeen de waarde van de onroerende zaak ten goede komt (de meerwaarde).

Beperkt recht: een recht zoals erfpacht en vruchtgebruik, dat is afgeleid uit een meer omvattende recht (eigendom).

Bloot eigendom: de juridische eigendom belast met het recht als erfpacht dat de economische eigendom vormt.

Canon: periodiek verschuldigde vergoeding als tegenprestatie voor het gebruik van grond die in erfpacht is uitgegeven.

Canonherziening:  aanpassing van de canon op basis van een overeengekomen grondslag (doorgaans de op basis van de actuele waarde van de grond).

Canonherziening Einde Tijdvak (CHET); term die in de gemeente Amsterdam gebruikt wordt bij aanpassing van de canon aan de veranderde grondwaarde bij het einde van een tijdvak.

Canonindexatie: de aanpassing van de canon aan de stijging van het prijspeil ofwel aan de inflatie. In het erfpachtcontract staat of de canon aangepast wordt aan de inflatie.

Canonpercentage: het percentage dat wordt gebruik om van de grondwaarde de canon te berekenen.

Canonsprong: aanzienlijke toename van de nieuwe canon ten opzichte van de oude canon, na herziening.

Conversie algemene voorwaarden: omzetten van de bestaande algemene voorwaarden (erfpachtvoorwaarden, ook wel algemene bepalingen) naar de nieuwe algemene voorwaarden.

Conversie of omzetting bloot eigendom: de omzetten van erfpacht in eigendom wanner d erfpachter de gelegenheid krijgt de eigendom te vererven waarmee de erfpacht eindigt.

Depreciatie: het waardeverschil tussen vol eigendom en erfpacht uitgedrukt in een percentage.

Driepartijen taxatie: taxatie door drie taxateurs waarvan één wordt benoemd door de grondeigenaar. één door de erfpachter, en de derde door de twee benoemde taxateurs wordt uit gekozen.

Erfpachtadvocaat: advocaat gespecialiseerd in erfpacht.

Erfdienstbaarheid: een last (verplichting) waarmede een onroerende zaak - het dienende erf - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersende erf - is bezwaard, al dan niet tegen betaling, bijvoorbeeld een recht van overpad of recht van weg.

Erfpacht – wettelijke definitie art. 5:85 lid 1 BW: het zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft eens anders onroerende zaak te houden en te gebruiken.

Erfpachtakte, akte van vestiging: de notariële akte houdende het erfpacht contract waarin het erfpachtrecht is uitgeven (of gewijzigd) en erfpachtvoorwaarden van toepassing verklaard kunnen zijn.

Erfpachtcontract: alle afspraken tussen grondeigenaar en erfpachter zoals vastgelegd in notariële akte.

Erfpachtrecht: het recht als omschreven in het 5:85 – 5:100 Burgerlijk Wetboek  waarbij de erfpachter de grond van een ander gebruikt volgens het bepaalde in het erfpachtcontract.

Erfverpachter: de grondeigenaar die recht(en) van erfpacht uitgeeft.

Erfpachtzaak: de in erfpacht uitgegeven onroerende zaak.

Executie: het ten uitvoer leggen van een vorderingsrecht op basis van een vonnis of notariële akte (bijvoorbeeld hypotheekrecht) met behulp van executiemaatregelen zoals beslag en openbare verkoop van eigendommen van de debiteur.

Gebruiksrecht: het recht een god van een ander te gebruiken, al dan niet tegen betaling, zoals bijvoorbeeld bij huur, bruikleen en erfpacht.

Grondquote: het aandeel van de waarde van de grond uitgegeven in erfpacht  in de totale waarde van een onroerende zaak.

Grondprijs, grondwaarde: de waarde van een perceel grond.

Kadaster: het Kadaster houdt de openbare registers bij welke rechten er zijn en gelden op registergoederen.

Kettingbeding: een bepaling in overeenkomst of notariële akte om op straffe van een boete iets aan de rechtsopvolger  (bijvoorbeeld een koper) te worden opgelegd om iets te doen of te geven.

Kwalitatieve verplichting: een bepaling in overeenkomst of notariële akte dat de verplichting van een van de partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend onroerende zaak, zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen, en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen.

Meerwaarde van de grond: de waardevermeerdering van de grond door het realiseren van bestemming en bebouwing door de erfpachter.

Marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een object zou worden overgedragen op de waardepeildatum door een bereidwillige koper aan een bereidwillige verkoper in een zakelijke transactie, na behoorlijke marketing, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang, zouden hebben gehandeld (definitie International Valuation Standards – IVS).

Meerwaarderegeling: een regeling waarbij de erfpachter die de bloot eigendom van de grondeigenaar koopt zicht verplicht bij doorverkoop binnen een bepaalde periode een percentage van de winst aan de grondeigenaar af te dragen.

Ondererfpacht – wettelijke definitie art. 5:93 BW: het door de erfpachter, geheel of gedeeltelijk in erfpacht uitgeven (ondererfpacht) van de zaak waar het recht van erfpacht op rust.

Onteigening: het recht van de overheid als bepaald in de Onteigeningswet om in specifieke gevallen onroerend goed van iemand  te kopen, en dit desnoods in een gerechtelijke procedure af te dwingen, tegen betaling van de waarde in het economisch verkeer aan de eigenaar.

Opstal: gebouw(en) of ander bouwwerken op een perceel grond.

Opstalrecht of recht van opstal – wettelijke definitie art. 5:101 BW: het zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplantingen te hebben of te verkrijgen.

Overdracht: het bij verkoop overdragen van eigendom of het erfpachtrecht via de notaris bij notariële akte die wordt ingeschreven in het Kadaster.

Overgangsregeling, ingroeiregeling: een regeling waarbij de canon over een bepaalde periode  stapsgewijs wordt verhoogd naar de nieuwe, hogere canon.

Pacht - wettelijke definitie art. 7:311 BW: de overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie.

Particuliere erfpacht: het recht van erfpacht uitgegeven door particuliere grondeigenaar.

Recht van opstal: het recht om een gebouw, bouwwerk, werk of beplanting in, op of boven een stuk grond of een gebouw te plaatsen, terwijl de grond of het gebouw niet van hem is.

Registergoed: een goed waarbij inschrijving in het Kadaster nodig is voordat het wordt overgedragen of er beperkte rechten op worden gevestigd.

Residuele grondprijsmethodiek: een taxatiemethode om de waarde van gronde te berekenen waarbij de waarde van de grond wordt bepaald door de verkoopprijs van de woning te verminderen met de bouw- en ontwikkelingskosten (stichtingskosten).

Retentierecht: het recht van de erfpachter om teruggave van de erfpachtzaak aan de grondeigenaar op te schorten totdat de grondeigenaar alle (financiële) verplichtingen jegens de erfpachter heeft voldaan.

Splitsing erfpachtrecht: het in delen opsplitsen van het erfpachtrecht waardoor afzonderlijk overdraagbare gedeelten ontstaan.

Splitsing appartementsrechten: het verdelen van een onroerenzde zaak (bijvoorbeeld een gebouw) in appartementsrechten dat als zelfstandig registergoed kan worden overgedragen. 

Taxatie-instructie: instructies van de grondeigenaar aan taxateurs hoe er getaxeerd moet worden.

Tijdvak: de overeengekomen duur van het recht van erfpacht.

Toestemmingsvereiste: de plicht van de erfpachter om aan de grondeigenaar toestemming te vragen voor overdracht of ander handelingen waarvoor toestemming gevraagd moet worden aan de grondeigenaar.

Vereniging van Eigenaren (VvE): een vereniging met als doel om de belangen te regelen die de eigenaren van een appartement in een gebouw of andere onroerende zaak hebben samen hebben

Voorkeursrecht: het van eerste koop van de grondeigenaar als de erfpachter het recht van erfpacht met opstal(len) wil verkopen.

Voortdurende of eeuwigdurende erfpacht: bij voortdurende erfpacht loopt het recht van erfpacht altijd door in opvolgende tijdvakken waarbij bij aanvang van het nieuwe tijdvak een canonherziening plaatsvindt.

Vruchttrekking: recht van de erfpachter op de vruchten en andere voordelen van de erfpachtzaak.

Vruchtgebruik: het recht om goederen van een ander te gebruiken en ook eventuele vruchten daarvan te behouden.

Wegnemingsrecht: recht van de erfpachter om de door hem aangebrachte zaken weg te nemen bij het einde van de erfpacht.

Wijzigingsbeding: een bepaling in algemene voorwaarden (erfpachtvoorwaarden) dat de erfverpachter de mogelijkheid biedt algemene voorwaarden te wijzigen.

Zakelijk recht: het absolute recht dat tegenover een ieder ingeroepen kan worden en te handhaven is, dat samenhangt met een zaak of een goed, zoals eigendom, erfpacht, opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid.

Zekerheidsrecht: het recht op een zaak (pand en hypotheek) ter zekerheid van een geldvordering.

LAW - associated firm

Blenheim is lid van Lawyers Associated Worldwide.

lees meer

Contactformulier

Movie

Contactformulier