Vordering tot overdracht van aandelen

Indien een aandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt, zodat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet (langer) kan worden geduld, kan hij door zijn medeaandeelhouders gedwongen worden zijn aandelen over te dragen.

De grondslag van de vordering tot overdracht van aandelen is dat de gedaagde aandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap schaadt, niet dat het belang van eiser(s) wordt geschaad.
Enkel hinderlijk, of zelfs onaanvaardbaar gedrag van een aandeelhouder is op zichzelf nog geen reden om hem als aandeelhouder uit te stoten.
Gedragingen die wel schadelijk zijn voor de goede naam en faam van de vennootschap, maar die niet direct verband houden met het functioneren van de aandeelhouder binnen de vennootschap, kunnen volgens de wetgeschiedenis geen aanleiding zijn tot een vordering tot overdracht. Door het gedrag van de aandeelhouder als aandeelhouder, moet het functioneren van de vennootschap in gevaar worden gebracht, omdat de besluitvorming binnen de vennootschap wordt verlamd.

De vordering tot overdracht van de aandelen kan worden ingesteld door een of meer aandeelhouder(s) die alleen of gezamenlijk tenminste 1/3 van het geplaatste kapitaal van de vennootschap verschaffen. Bij de vaststelling wordt geen rekening gehouden met aandelen, waarvan de wet bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden uitgebracht. Ingekochte aandelen tellen dus niet mee in de noemer.

De vennootschap zelf en haar dochtermaatschappij(en) die aandelen in het kapitaal van de vennootschap houden, kunnen de vordering niet instellen. Omdat zij geen stemrecht hebben, zouden zij volgens de wetsgeschiedenis als aandeelhouder(s) geen problemen kunnen ondervinden van de gedragingen van medeaandeelhouder(s). Het administratiekantoor dat aandelen houdt, waarvan ook anderen dan de vennootschap of een dochtermaatschappij certificaten houden, kan de vordering wel instellen, maar alleen voor de aandelen waarvan de certificaten door die anderen worden gehouden.

De vordering tot overdracht van aandelen moet worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de vennootschap; een andere rechtbank is relatief onbevoegd. Exclusieve beroepsinstantie is de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam.

Opgelet: eiser(s) zijn niet ontvankelijk in hun vordering, indien de statuten van de vennootschap of een overeenkomst (denk bijvoorbeeld aan een aandeelhoudersovereenkomst) een regeling bevat voor de oplossing van geschillen tussen aandeelhouders.
Immers, contractuele en statutaire regelingen als het geven van een doorslaggevende stem aan een derde ingeval van een impasse tussen de aandeelhouders van een vennootschap, bieden in de regel een oplossing als geschillen nog niet tot een impasse hebben geleid.
Wanneer de situatie ten opzichte van een aandeelhouder zodanig is dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, kan slechts een regeling uitkomst bieden die voorziet in een structurele wijziging van zeggenschapsverhoudingen.

Wanneer de vordering tot uitstoting door de rechter wordt toegewezen, dan moet de prijs van de aandelen worden vastgesteld. Dit geschiedt door de rechter, die zich daarbij (meestal) laat adviseren door één of drie deskundigen. De aan te wijzen deskundigen zullen in de regel (register)accountants zijn.

Voor de vaststelling van de waarde van de aandelen, is het uitgangspunt de feitelijke situatie op het tijdstip van het onherroepelijk worden van het vonnis.
Voor de wijze waarop de waarde van de aandelen moet worden bepaald, geeft de wet geen ander voorschrift dan dat rekening moet worden gehouden met hetgeen omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen in de blokkeringsregeling is bepaald.
Nadere aanwijzing inzake waardering heeft de Ondernemingskamer gegeven in zijn arrest van 9 december 1999, 2002/32 (Noro/Morepa): het moet gaan om de waarde van de aandelen in het economisch verkeer, hetgeen impliceert dat die waarde moet worden genomen die hoort bij het (toekomst)scenario van de onderneming dat economisch gezien het meest aantrekkelijk is, met andere woorden het scenario dat de hoogste waarde oplevert. De Hoge Raad heeft voorts het oordeel van de Ondernemingskamer onderschreven, dat een behoorlijke waardevaststelling meebrengt dat daarbij in aanmerking wordt genomen een verandering van de waarde van de aandelen in de periode die is gelegen tussen de in het deskundigenbericht gehanteerde zogenaamde peildatum en de datum van overdracht van- en betaling voor de aandelen.
De rechter bepaalt vervolgens in zijn eindvonnis de prijs waartegen de aandelen moeten worden overgenomen.

In beginsel moeten de aandelen binnen twee weken na de betekening van het onherroepelijk geworden vonnis aan de eiser(s) worden geleverd.
De eiser(s) zijn verplicht de aandelen te aanvaarden tegen gelijktijdige betaling.

Verdere informatie door een advocaat over corporate litigation

Voor verdere informatie over corporate litigation (waaronder aandeelhoudersgeschillen) kunt u vrijblijvend contact opnemen met:

LAW - associated firm

Blenheim is lid van Lawyers Associated Worldwide.

lees meer

Contactformulier

Movie

Contactformulier