24 december 2012

Advocaat huurrecht bespreekt boetebepalingen in algemene bepalingen kantoorruimte

Categorie: Bestuursrecht

Voorbeeld advocaat huurrecht over matiging boete huurder bij huur kantoorruimte

De verhuurder die een vordering heeft op de huurder wegens huurachterstand kan ook de boete vorderen die in de algemene bepalingen voor huur bedrijfsruimte. In de zaak die ik hier bespreekt gaat het om een huurovereenkomst kantoorruimte die bevat, naast de daarop toepasselijk algemene bepalingen (met in artikel 7 een boetebeding van € 250,- per dag voor iedere overtreding door de huurder van de in de huurovereenkomst en in de algemene bepalingen vervatte voorschriften en in artikel 18.2 een boetebeding voor te late betalingen van de huurprijs van 2% van het verschuldigde per kalendermaand met een minimum van € 300,- per (gedeelte van een) maand).

Matiging boete verhuurder in kort geding

In kort geding heeft de kantonrechter de door de verhuurder opgeëiste boete gematigd. De huurder heeft hoger beroep aangetekend en het gerechtshof over weegt in hoger beroep:
“Bij de beoordeling of voldoende grond bestaat voor matiging stelt het hof de tot terughoudendheid nopende maatstaf van HR 27 april 2007, LJN AZ6638, NJ 2007/262 (Intrahof/Bart Smit) voorop. Deze houdt in dat op grond van artikel 6:94 BW slechts reden voor matiging kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.”

Boete huurder en dwangsom kan onredelijk zijn

Het hof constateert dat zowel de boete door huurder ingevolge artikel 7 verschuldigd is en ook een dwangsom aan de huurder is opgelegd door de kantonrechter. Onbeperkte cumulatie van beide sancties, de boete en de dwangsom, zou naar het oordeel van het hof tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leiden. Het gerechtshof bepaald an de hand van de volgende overwegingen dat:

(1) gelet op de verhouding tussen de werkelijk door verhuurder geleden schade,
(2) de hoogte van de cumulerende sancties, maar ook
(3) gelet op de aard van de overeenkomst, waarvan een zekere equivalentie tussen de waarde van het huurgenot en de daarvoor te bepalen prijs blijkens de e-mailcorrespondentie tussen partijen een van de uitgangspunten vormde;
(4) mede in acht genomen de inhoud en strekking van het boetebeding en
(5) de daarmee overeenkomen de inhoud en strekking van de dwangsom
is daarom een zekere matiging van de boete geboden.

Boete van 2% per maand in huurcontract niet onredelijk

Van de boete op grond van artikel 18.2 van de algemene bepalingen kan volgens het Hof niet worden gezegd dat, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in plaats van de wettelijke handelsrente een boete van 2% per maand met een minimum van € 300,- per maand tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt.

Uitspraak gerechtshof Amsterdam, 17 december 2012, LJN: BY6336 op rechtspraak.nl