2 september 2013

Retentierecht aannemer aangevochten in kort geding

Categorie: Aanneming van werk

Een geschil in de bouw kan geregeld worden in een vaststellingsovereenkomst. De aannemer en opdrachtgever kunnen dan bepalen hoe zij de overeenkomst ontbinden en met elkaar afrekenen. Indien er echter onduidelijkheden in de vaststellingsovereenkomst staan, dan kan alsnog een geschil ontstaan. Dat deed zich voor in het kort geding dat hieronder is vermeld. De advocaat van de aannemer startte een kort geding tegen het door de aannemer ingeroepen retentierecht. Lees ook: arbitrage bouw.

Voorzieningenrechter beoordeelt retentierecht aannemer in kort geding

De voorzieningenrechter moet dan interpreteren wat met een beding in de vaststellingsovereenkomst is bedoeld. Bij de uitleg door de rechter, de uitoefening van het retentierecht, speelt de redelijkheid en billijkheid een rol. De voorzieningenrechter meent dat na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst een retentierecht niet meer uitgeoefend kan worden. De aannemer wordt dan ook veroordeeld om de materialen af te geven aan de opdrachtgever op straffe van een dwangsom.

Rechter wijst retentierecht aannemer af veroordeelt aannemer tot afgifte materialen

Rechtbank Rotterdam 22-07-2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6594

Samenvatting: onderaannemer heeft geen retentierecht, blijkens contract. Vordering ook toegewezen jegens opdrachtgever

(….)

4 De beoordeling

4.1.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat in dit kort geding tussen [X Buizen B.V.] en Ada de vraag centraal of aan Ada een retentierecht toekomt.

4.2.

De betekenis van een omstreden beding in een schriftelijke aannemingsovereenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen.

4.3.

Verklaard ter zitting is door Ada dat de overeenkomst niet is uitonderhandeld maar onder tijdsdruk snel is afgesloten. Aldus is geen sprake van verklaringen of gedragingen die de conclusie rechtvaardigen dat de overeenkomst een andere inhoud heeft dan wat er in de tekst daarvan staat. In de artikelen 12.4 en 14.5 van de overeenkomst valt naar voorlopig oordeel duidelijk te lezen dat aan Ada een verbod is opgelegd om een opschortingsrecht uit te oefenen. Daartoe behoort ook het species retentierecht. In de tekst van de overeenkomst staat niet dat het verbod aan Ada om een retentierecht uit te oefenen slechts betrekking heeft op het ter beschikking stellen van uitzendpersoneel, zoals Ada heeft betoogd.

4.4.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering zal worden toegewezen. De dwangsom zal, zoals Ada voorstaat, worden verlaagd en gemaximeerd, op na te melden wijze. Ada zal een iets ruimere tijd dan gevorderd gegund worden, om het vonnis te kunnen nakomen.

4.5.

De gevraagde voorziening zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Zou dit niet het geval zijn dan zou een door Ada aan te tekenen hoger beroepsprocedure tegen dit vonnis de werking van dit vonnis schorsen. Dat zou aan het vonnis zijn nuttig effect ontnemen.

4.6.

Het oordeel van de voorzieningenrechter houdt niet in dat het verweer van Ada dat haar prestatie deugdelijk is, verloren gaat. Aan die beoordeling wordt hier niet toegekomen. Er wordt hier slechts geoordeeld dat Ada geen retentierecht toekomt.

4.7.

Ada zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [X Buizen B.V.]. Deze kosten worden begroot op € 1.497,82 (€ 92,82 explootkosten dagvaarding, € 816,- aan salaris advocaat conform de Liquidatietarieven en € 589,- aan griffierecht), te verhogen met de gevorderde nakosten, op na te melden wijze.

De beslissing van de voorzieningenrechter over het retentierecht van de aannemer

5.1.

De voorzieningenrechter gebiedt Ada binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan het door (of namens) Van Oord laten afvoeren van alle materialen van Van Oord die zich op het door Ada gebruikte terrein bevinden, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per dag -een gedeelte van een dag daar onder begrepen- dat Ada in gebreke blijft om aan dit gebod te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,-;

5.2.

veroordeelt de aannemer in de proceskosten van [X Buizen B.V.], tot op heden begroot op € 1.497,82, en vermeerderd met de nakosten ten bedrage van € 131,- zonder betekening en verhoogd met € 68,- ingeval van betekening en vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten indien de proceskosten niet zijn betaald uiterlijk 14 dagen van betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart het vonnis tot uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.