Vergunning en Bibob-procedure

Steeds vaker wordt een Bibob-onderzoek gedaan bij de aanvraag van een vergunning. Dit Bibob-onderzoek en het Bibob-advies dat daaruit rolt wordt steeds vaker opportunistisch gebruikt door de vergunningsinstantie. Met andere woorden: de Wet Bibob wordt dan gebruikt om bewust en vergunning te weigeren of in te trekken.

Onderzoek Landelijk Bureau Bibob (LBB)

Een Bibob-procedure begint met het verzoek van de gemeente (of ander bestuursorgaan) een “Bibob-formulier” in te vullen. Het betreft doorgaans uitgebreide vragenlijsten waarin om informatie wordt gevraagd. Deze informatie wordt gebruikt om de integriteit van de aanvrager te controleren. De informatie welke wordt gevraagd, heeft voornamelijk betrekking op de betrokkenheid van de personen bij de onderneming, de financiering van de onderneming, de zeggenschap en dergelijke. Het is van belang de gevraagde informatie in het kader van de Bibob-procedure zo volledig mogelijk te verstrekken. Onvolledige informatieverstrekking kan ook tot een negatief Bibob-advies leiden. Of zelfs tot aangifte wegens valsheid in geschrifte door het bestuursorgaan.

Bibob-procedure bij vergunningen (en toestemming, erkenningen en ontheffingen)

  • Gemeentelijke vergunningen die op grond van een verordening verplicht zijn gesteld voor een inrichting of bedrijf (artikel 7 Wet Bibob)
  • De Drank- en Horecawetvergunningen (artikel 3 en 30a Drank- en Horecawet)
  • Een Opiumwetontheffing (artikel 6 Opiumwet)
  • Communautaire (euro)vergunning (artikel 3, eerste lid marktverordening voor het wegvervoer)
  • Een vergunning op grond van artikel 4 Wet personenvervoer 2000
  • Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten (artikel 2.1, lid 1 onder a. Wabo)
  • Omgevingsvergunning milieu (artikel 2.1, eerste lid onder e. Wabo)
  • Een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (art. 2.1, eerste lid onder i. Wabo)
  • Vergunning voor betaalnummers (artikel 4.3 Telecommunicatiewet)
  • Vergunning voor een seksbedrijf (artikel 9 Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche, nog niet in werking getreden)
  • Vergunning op grond van artikelen 9.2.2.3 en 11.2 Wet Milieubeheer
  • Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten (artikel 30b Wet op de kansspelen)
  • Exploitatievergunning kansspelautomaten (artikel 30h Wet op de kansspelen)
  • Vergunningen op grond van artikel 3:1 Algemene douanewet
  • Wapenexportvergunning (artikel 14, eerste lid Wet strategische diensten)
  • Huisvestingsvergunning (artikel 7 Huisvestingswet)
  • Onttrekkingsvergunning (artikel 30 Huisvestingswet)
  • Splitsingsvergunning (artikel 33 Huisvestingswet)
  • Zie ook: Bibob procedure gemeente

Uitbreiding toetsing Bibob overheidsopdrachten

Door wetswijziging is Bibob-onderzoek nu mogelijk worden bij alle overheidsopdrachten. Dit Bibob-onderzoek was voorheen nog beperkt tot de sectoren bouw, ICT en milieu. Reden hiervoor was dat vooral deze sectoren kwetsbaar waren voor criminaliteit vanwege overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde. De behoefte om misbruik van overheidsopdrachten te voorkomen, bestaat bijvoorbeeld ook bij het personenvervoer en de zorg. Na de wetswijziging kunnen overheden justitiële gegevens opvragen bij hun onderzoek naar de zakelijke omgeving van een bedrijf of persoon. Dat gaat over degene die bijvoorbeeld de aanvrager van een vergunning veel geld leent. Maar het kan ook een beheerder, bestuurder of aandeelhouder zijn die vermeld staat op de aanvraag van een subsidie. Nu mogen overheden dit soort gegevens alleen gebruiken van de aanvrager zelf en niet van zijn zakelijke relaties.

Bibob-onderzoek bij aanvraag vergunning naar de Bibob-relaties

Een vergunning kan ook ingetrokken worden indien een ander dan de betrokkene (vermoedelijk) strafbare feiten heeft gepleegd, ook als de betrokkene zelf van onbesproken gedrag is. Niet alleen de aanvrager zelf maar ook partners en financiers worden onderzocht, dat wordt het zakelijk samenwerkingsverband genoemd. Ook de aandeelhouders van een B.V. en vennoten van een v.o.f., verhuurders alsmede private financiers worden onderzocht. En met name dan of fondsen niet zijn verkregen met strafbare feiten. Het begrip zakelijk samenwerkingsverband komt alleen voor in het kader van de Wet Bibob en is geïntroduceerd om op te kunnen treden tegen stromanconstructies en katvangers. Het begrip ziet op meer dan alleen deze constructies. Uit de jurisprudentie volgt dat er voor het aannemen van een zakelijk samenwerkingsverband sprake moet zijn van:

  • een zakelijke relatie;
  • die gericht is op samenwerking; en
  • een zeker duurzaam en structureel karakter heeft.
  • Een zakelijk samenwerkingsverband zal doorgaans uit meerdere relaties bestaan. Zo kan het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband aangenomen worden als er sprake is van een huurrelatie, het gezamenlijk exploiteren van gokautomaten, financiële banden of gezamenlijke deelneming in ondernemingen. Ook kan het bestaan van een familie- of huwelijksband in de beoordeling meegewogen worden.

Meewerken aan Bibob-onderzoek

Degene die een vergunning wil aanvragen, of als een vergunning verlengd moet worden, zal mee moeten werken aan het Bibob-onderzoek. Het onjuist of onvolledig invullen van formulieren zal tot een negatief Bibob-advies leiden. Bewust onjuist invullen van gegevens kan leiden tot aangifte van valsheid in geschrifte. Het niet naleven van de medewerkingsplicht is alleen strafbaar, indien dat opzettelijk geschiedt. Dus om een overtreding vast te stellen zal de inspectie bijvoorbeeld moeten aantonen dat de werkgever met opzet geen medewerking verleent na een hem kenbare vordering, waaruit hij in voldoende mate kan afleiden wat wanneer van hem wordt verwacht. Doorgaans wordt er een termijn gesteld waarbinnen de gevraagde informatie ingediend moet worden. Doe dat ook binnen die termijn. Als dat niet lukt vraag dan gemotiveerd om uitstel van de termijn voor indiening.

De (algemene) medewerkingsplicht is geregeld in artikel 5:20 Awb; in lid 1 is bepaald: een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. De bevoegdheid van art. 5:20 Awb kan in beginsel ook worden uitgeoefend jegens derden.

Intrekking vergunning na Bibob advies

Bibob-advies kan door het gemeente bestuur gebruikt worden voor weigering van een vergunning leiden of tot intrekking van een vergunning. Ook kan het Bibob-advies leiden tot intrekking of weigering van een subsidie. Intrekking van een besluit kan aan de orde zijn indien:

  • er een vermoeden is dat de vergunning of subsidie gebruikt wordt om strafbare feiten te plegen;
  • gebleken is dat er met de vergunning of subsidie reeds een strafbaar feit is gepleegd.
  • De gemeente mag als bestuursorgaan, gelet op de expertise van het Landelijk Bureau Bibob, in beginsel van het advies van het Landelijk Bureau Bibob uitgaan. Dit neemt niet weg dat een bestuursorgaan zich ervan moet vergewissen dat het advies en het daartoe ingestelde onderzoek naar de feiten op zorgvuldige wijze tot stand gekomen zijn en dat de feiten de conclusies kunnen dragen. En natuurlijk dient een besluit voldoende gemotiveerd te zijn.

Bezwaarschrift tegen intrekking of weigering vergunning

Op basis van een Bibob-advies kan een vergunning worden geweigerd of ingetrokken; tegen dat besluit kan de aanvrager bezwaar aantekenen bij het bestuursorgaan. Soms is het wegens een spoedeisend belang nodig om met een advocaat gelijktijdig een voorlopige voorziening te vragen tegen een negatief Bibob-besluit. Soms wordt door de gemeente de Wet Bibob opgerekt om bewust een vergunning te kunnen weigeren of intrekken. Dan is het zinvol bezwaar en beroep aan te tekenen zodat de bestuursrechter zijn oordeel kan geven over een weigering of intrekking van een vergunning. Vraag daarom tijdig advies van onze advocaat bestuursrecht over de juridische mogelijkheden om het Bibob-besluit of de weigering of intrekking van een vergunning aan te vechten.