27 juli 2015

Bestuursdwang funderingsherstel

Categorie: Bestuursrecht

Besluit gemeente tot herstel fundering

De gemeente heeft een rapportage uitgebracht met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden aan de fundering en de risico’s daarvan voor de aangrenzende woningen. Daarbij is gebleken dat de fundering van de woning aan de in een slechte staat verkeert en dat herstel van de fundering noodzakelijk is. Uit periodieke hoogtemetingen blijkt volgens de gemeente dat de hoofddraagconstructie zakt, waardoor inmiddels een zorgwekkende scheefstand is ontstaan. De huidige staat van de woning is daarmee in strijd met de minimale eisen uit het Bouwbesluit, aldus de gemeente. De eigenaar heeft daarna voorbereidingen getroffen voor funderingsherstel, maar heeft geen herstel gepleegd. Gelet op het instortingsgevaar wegens de gebreken in de fundering verlangt de gemeente van de eigenaar van de woning de fundering zodanig te herstellen dat deze weer voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit, bij gebreke waarvan de gemeente bestuursdwang zal toepassen. Omdat niet aan de last onder bestuursdwang is voldaan, heeft de gemeente de werkzaamheden aan de fundering zelf laten uitvoeren en de kosten voor het uitvoeren van de bestuursdwang (funderingsherstel) bij besluit vastgesteld op € 32.963,-.

Bezwaar eigenaar tegen bestuursdwang herstel fundering

De eigenaar voert in beroep aan dat het meetrapport van 4 oktober 2010, waarop de last onder bestuursdwang gebaseerd is, onvoldoende grondslag biedt om handhavend op te treden. Weliswaar blijkt daaruit dat enkele meetpunten onvoldoende stabiel zijn, maar uit het rapport blijkt niet dat de woning niet langer voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit, zeker niet nu andere meetpunten voldoende stabiel blijken. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 24 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7265) blijkt volgens eiseres dat verweerder op een deskundige en deugdelijke wijze moet vaststellen of de normen van het Bouwbesluit zijn overtreden. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Bewijs van overtreding bouwbesluit in rapport

Weliswaar blijkt daaruit dat enkele meetpunten in de fundering onvoldoende stabiel zijn, maar uit het rapport blijkt niet dat de woning niet langer voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit, zeker niet nu andere meetpunten voldoende stabiel blijken. Uit vaste jurisprudentie over vaststellen van stabiliteit van een constructie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 24 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7265) blijkt dat gemeente op een deskundige en deugdelijke wijze moet vaststellen of de normen van het Bouwbesluit zijn overtreden.

Bouwbesluit en handhaving – artikel 1.3 Bouwbesluit

De gelijkwaardigheidsbepaling uit artikel 1.3 van het Bouwbesluit is bedoeld om eigenaren of gebruikers van bouwwerken de mogelijkheid te bieden om op een andere wijze dan genoemd in het Bouwbesluit te voldoen aan de in dit besluit opgenomen functionele eisen. De bepaling is, anders dan verweerder heeft gesteld, niet bedoeld voor een alternatieve beoordeling in het kader van de handhaving of al dan niet aan de van toepassing zijnde NEN-norm wordt voldaan. Artikel1.3 Bouwbesluit biedt de mogelijkheid om van een in de hoofdstukken 2 tot en met 7 gestelde prestatie-eis waar een pand aan moet voldoen af te wijken. Het staat de aanvrager, melder of gebruiker vrij om te kiezen uit een of meer (andere) bouwtechnische, gebruikstechnische of organisatorische oplossingen of combinaties daarvan. Als de voorgestelde oplossing gelijkwaardig is dan zal de gemeente het beroep op gelijkwaardigheid van de voorgestelde herstelmethode dienen te honoreren.

Beleid fundering niet bindend

De gemeente heeft een beleidsnota ‘Toezicht en handhaving funderingen’ vastgesteld. Bleid van de gmeente kan echter het Bouwbesluit niet opzij zetten. Naar het oordeel van de rechtbank laat het Bouwbesluit geen ruimte om anders dan aan de hand van de NEN-norm 8700 vast te stellen of de technische staat van de fundering van de woning van eiseres nog voldoet. De wetsinterpreterende beleidsregel van verweerder dient aldus buiten toepassing te worden gelaten. Omdat verweerder niet heeft vastgesteld dat de woning van eiseres niet langer voldeed aan de NEN-norm 8700, heeft verweerder eiseres ten onrechte gelast om over te gaan tot funderingsherstel op de grond dat de woning niet langer voldoet aan de artikelen 2.6, 2.7 en 2.8 van het Bouwbesluit. Nu volgens de rechtbank de gemeente de last onder bestuursdwang niet heeft mogen opleggen, kan de gemeente de kosten voor de uitvoering van de bestuursdwang niet op eiseres kan verhalen.

Hoger beroep over bestuursdwang fundering

De gemeente tekent hoger beroep aan tegen de uitspraak over van de bestuursrechter waarbij handhaving ontoelaatbaar werd geacht. over Bij de Raad van State is het gebrek aan de fundering door het college nader toegelicht dat het feit dat de zakking ongelijkmatig over de woning is verdeeld en dat belendende panden dergelijk zakkingsgedrag niet vertonen, onmiskenbaar wijst op funderingsproblemen. Ook de snelle toename van de zakking op één meetpunt, de scheefstand van het casco, de scheuren in de gevels, het bouwjaar van de woning en het type fundering, leiden het college tot deze conclusie. Anders dan de rechtbank stelt de Raad van State de gemeente in het gelijk: terecht stelt de gemeente op het standpunt gesteld dat onmiskenbaar is dat de staat van de fundering niet voldoet aan artikel 2.6, eerste lid, van het Bouwbesluit. Het college was derhalve, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, bevoegd om terzake handhavend op te treden te gebrekkige fundering.

Raad van State, 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:817