29 november 2016

Vakantieloon

Categorie: Bestuursrecht

Hoofdregel: behoud loon tijdens vakantie

De jaarlijkse vakantiedagen van een werknemer bedragen ten minste viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Bij een fulltime dienstverband komt dat neer op vier weken wettelijke vakantiedagen per jaar. Daarbovenop zijn werkgever en werknemer vrij bovenwettelijke vakantiedagen overeen te komen. Hoofdregel is dat een werknemer recht heeft op behoud van loon tijdens de opgenomen vakantie. Ook bij uitdiensttreding heeft een werknemer recht op uitbetaling van zijn loon over de nog openstaande vakantiedagen. De vraag is wat een vakantiedag voor een werkgever kost.

Werknemer moet vakantie kunnen opnemen

De afgelopen jaren heeft meer dan eens de omvang van het vakantieloon tot juridische procedures geleid. Zo heeft het Europese Hof van Justitie zich uitgelaten over de vraag welke looncomponenten in aanmerking komen tot uitbetaling tijdens de opgenomen vakantiedagen. Volgens het Hof dient het vakantieloon in beginsel overeen te stemmen met het gebruikelijke arbeidsloon van de werknemer, zodat een werknemer daadwerkelijk in staat is vakantie op te nemen en door het opnemen van vakantiedagen er niet financieel op achteruit gaat.

Daarom heeft een werknemer tijdens zijn vakantie, naast zijn basissalaris, recht op doorbetaling van elk component van de totale beloning die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de taken die aan hem zijn opgedragen op grond van zijn arbeidsovereenkomst. Aan dit vereiste is over het algemeen voldaan als de werkzaamheden waarvoor een toeslag verstrekt wordt, als een standaard onderdeel van het werk kan worden gezien. Daarnaast heeft een werknemer tijdens vakantie recht op doorbetaling van vergoedingen die samenhangen met de persoonlijke en professionele status van de werknemer (zoals vergoedingen die verband houden met de senioriteit van de werknemer). Vergoedingen voor uitsluitend incidentele of bijkomende kosten die gemaakt worden tijdens de uitvoering van de taken, vallen niet onder het vakantieloon, nu een werknemer deze kosten niet maakt tijdens zijn vakantie. Een voorbeeld daarvan zijn de kosten die een piloot maakt in de tijd dat hij niet op de standplaats is, zoals lunchkosten of de kosten voor een overnachting.

In Nederland geldt dat de hierboven genoemde looncomponenten zowel over de wettelijke als de bovenwettelijke vakantiedagen zijn verschuldigd. Ook bij uitdiensttreding van een werknemer behoren dezelfde looncomponenten meegenomen te worden over de nog uit te betalen vakantiedagen.

Onregelmatigheidstoeslagen: onderdeel van vakantieloon

In Nederland heeft deze rechtspraak van het Hof van Justitie in 2015 en 2016 geleid tot procedures over onregelmatigheidstoeslagen als onderdeel van het vakantieloon. Een analyse van de rechtspraak leert dat rechters doorgaans als uitgangspunt nemen dat, indien is overeengekomen dat een werknemer op onregelmatige tijden werkt, de onregelmatigheidstoeslag meetelt voor de berekeningsgrondslag van vakantieloon. Te denken valt hierbij aan werknemers die structureel ’s nachts werken of regulier in de avond, nacht of weekenden werkzaam zijn en hiervoor een toeslag ontvangen.

Onregelmatigheidstoeslagen in cao-bepalingen

Het komt vaker voor dat in cao’s is bepaald dat onregelmatigheidstoeslagen niet meetellen voor de bepaling van het vakantieloon. Werkgevers dienen zich ook dan ervan bewust te zijn dat een beroep op een dergelijke cao-bepaling doorgaans bij de rechter zal stranden nu de wet voorgaat op cao-bepalingen. Gevolg kan zijn dat werkgevers achteraf met een (veel) grotere loonsom over de vakantiedagen worden geconfronteerd.

Verjaringstermijn vakantiegeld

Voor een loonvordering geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Werknemers kunnen hun huidige of voormalige werkgever dus ook na de opgenomen vakantie aanspreken op de restant van het vakantieloon over de opgenomen vakantiedagen. Een werkgever doet er dus goed aan dit in het achterhoofd te houden bij de door- en uitbetaling van de vakantiedagen.

Overzicht looncomponenten vakantieloon

  • Een werknemer moet tijdens zijn vakantie loon ontvangen dat vergelijkbaar is met het loon dat hij ontvangt wanneer hij werkt. Componenten die in ieder geval tot het vakantieloon behoren zijn het basisloon en de vakantietoeslag. De dertiende maand behoort ook in dit rijtje indien deze is overeengekomen en structureel wordt uitbetaald.
  • Andere looncomponenten zijn: onregelmatigheidstoeslagen indien zij intrinsiek met de uitvoering taak samenhangen en structureel worden uitgekeerd. Een bonus kan tot het vakantieloon behoren indien de hoogte afhankelijk is van de prestatie van de werknemer en de werknemer de bonus ook zou ontvangen als hij gedurende zijn vakantie zou hebben gewerkt. Vergoedingen die de werknemer ontvangen uit hoofde van zijn persoonlijke en professionele status behoren ook meegerekend te worden.
  • Het werkgeversdeel pensioenpremie valt onder het vakantieloon als de werkgever de premie ook zou hebben moeten betalen als de werknemer gedurende zijn vakantieperiode in dienst zou zijn gebleven.
  • Zuivere onkostenvergoedingen vallen niet onder het vakantieloon.

Tips werkgever en werknemer over vakantieloon

Voor werkgevers: zorg ervoor dat alle bovengenoemde looncomponenten worden meegenomen bij de uitbetaling van vakantiedagen. Zo wordt voorkomen dat je op een later moment wordt geconfronteerd met (veel) hogere loonlasten dan voorzien. Houd er tevens rekening mee dat cao-bepalingen die bepalen dat onregelmatigheidstoeslagen niet worden meegeteld bij de berekening van het vakantieloon, bij de rechter kunnen stranden.

Voor werknemers: controleer of alle bovengenoemde looncomponenten zijn meegerekend met het (uitbetaalde) vakantieloon. Indien looncomponenten ontbreken, kan nog tot uiterlijk vijf jaar na uitbetaling van het vakantieloon, het resterende deel van het vakantieloon bij de werkgever worden gevorderd. Wij helpen u daar graag mee.

Heeft u vragen over vakantieloon, neem dan contact op met advocaat arbeidsrecht Rachelle Mourits.