28 juni 2013

Bestuurdersaansprakelijkheid: ernstig verwijt?

Categorie: Bestuursrecht

De Feiten

De zaak betrof een desastreuze aankoop van onroerend goed in Spanje. Toen de kopers van een half afgebouwde villa te horen kregen dat het pand was afgebroken wegens het ontbreken van een bouwvergunning, stelden zij de Nederlandse intermediair (een BV), die nauw betrokken was geweest bij de aankoop, en de bestuurder daarvan aansprakelijk. In de procedure die volgde kwam vast te staan dat de bestuurder van de intermediair wist dat er wellicht problemen waren met bouwvergunningen voor het bouwproject en dat illegaal gebouwde villa’s afgebroken zouden worden, maar had nagelaten om de kopers daarvoor te waarschuwen. Geoordeeld werd dat zowel de intermediair als de bestuurder zozeer professioneel betrokken waren geweest bij de totstandkoming van de koopovereenkomsten, dat zij de kopers hadden moeten waarschuwen.

Wat betekent dit arrest voor bestuurdersaansprakelijkheid?

Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, worden gedragingen snel beschouwd als handelingen van de vennootschap. Gedragingen van de bestuurder kunnen de vennootschap worden toegerekend, wanneer zij in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de rechtspersoon hebben te gelden of kunnen worden aangemerkt.

Ook in het geval dat de gedragingen van de bestuurder aan de vennootschap kunnen worden toegerekend, kan sprake zijn van externe bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens vaste jurisprudentie is hiervoor vereist dat de bestuurder persoonlijk het ernstige verwijt kan worden gemaakt dat door zijn tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld. Indien hieraan is voldaan, is de bestuurder tegenover derden persoonlijk aansprakelijk voor het tekortkomen of onrechtmatig handelen van de vennootschap.

Maar zoals blijkt uit het onderhavige arrest, is deze verzwaarde maatstaf niet van toepassing als de bestuurder in strijd heeft gehandeld met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting. Schending van zo’n zorgvuldigheidsverplichting onderscheidt zich derhalve van aansprakelijkheid door een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening. Bij een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting is sprake van een op zichzelf staande onrechtmatige daad en hoeft “slechts” te zijn voldaan aan de vereisten van artikel 6:162 BW. Bij een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening geldt het aanvullende vereiste van een voldoende ernstig verwijt. In het laatste geval licht de lat voordat aansprakelijkheid wordt aangenomen dus hoger.

Uit het onderhavige arrest blijkt dat voor de vraag of een voldoende ernstig verwijt vereist is, het onderscheid of de gedragingen tevens als gedragingen van de vennootschap hebben te gelden niet van belang is.

Conclusie

Zoals hiervoor is aangegeven, is de eis van een “voldoende ernstig verwijt” in het leven geroepen om te voorkomen dat bestuurders defensief gaan handelen. Het ligt echter voor de hand dat een bestuurder ook zelf onrechtmatig kan handelen en hieraan niet altijd de eis van een voldoende ernstig verwijt hoeft te worden gesteld. Het besproken arrest van de Hoge Raad is in zoverre vernieuwend, dat de bestuurder ook zelfstandig aansprakelijk kan zijn voor gedragingen die tevens zijn aan te merken als gedragingen van de vennootschap. Het verschil is gelegen in de onrechtmatige gedraging: betreft het een zelfstandige zorgvuldigheidsverplichting of een voldoende ernstig verwijt in de onbehoorlijke taakvervulling? De bestuurder zal naar aanleiding van dit arrest extra oplettend dienen te zijn dat hij tijdens zijn taakvervulling geen persoonlijke zorgvuldigheidsverplichtingen schendt. Zolang hij daar ver vandaan blijft, is defensiever handelen niet nodig.

Indien u vragen heeft over bestuurdersaansprakelijkheid en/of ernstig verwijt, dan kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met advocaat corporate litigation mr. Jeroen Latour (020-5210100).

Lees ook andere blogs over bestuurdersaansprakelijkheid>>