26 juni 2014

Advocaat bespreekt opzegging overeenkomst door bank

Categorie: Bestuursrecht

Uitgangspunt is dat overeenkomsten met de bank zowel door de bank als de klant kunnen worden opgezegd. In de algemene voorwaarden van de bank staat deze mogelijkheid tot opzegging. De Deutsche Bank N.V. doet bij opzegging krediet een beroep op deze algemene voorwaarden. De rechten en verplichtingen van partijen wordt echter niet alleen bepaald door wat in de overeenkomst staat en wat in de algemene voorwaarden staat, maar ook door de redelijkheid en billijkheid. Daarbij geldt dat de betreffende overeenkomst met de bank een zogenaamde duurovereenkomst is.

Anders dan andere duurovereenkomsten, geldt bovendien dat de bank een maatschappelijke belangrijke functie heeft. Banken hebben namelijk een belangrijke taak, een bijzondere positie, omdat zij bij uitsluiting het betalingsverkeer verzorgen.

Opzegging bankrekening en zorgplicht van de bank

Hierdoor hebben banken dus een bepaalde zorgplicht tegenover hun klanten. Indien de bank een relatie met een klant wil opzeggen, moet zij die zorgplicht in acht nemen en moet er een zorgvuldige afweging worden gemaakt van de belangen van zowel de bank als de klant. Uitgangspunt daarbij is dat het kunnen beschikken over een bankrekening een zwaarwegend belang is.

Er bestaat hierover veel rechtspraak. Een belangrijke uitspraak is die van het Gerechtshof Den Bosch, waarbij het ging om de opzegging van een rekening-courantrekening van een coffeeshophouder. De bank beriep zich op de zogenaamde customer due diligence regelgeving, die er op ziet dat financiële instellingen een adequaat beleid voeren dat een integere uitoefening van hun bedrijf waarborgt, ten einde het optreden van reputatierisico’s te voorkomen. De bank stelde zich op het standpunt dat een coffeeshop een hoger witwasrisico met zich meebracht en dat zij om die reden de overeenkomst wenste te beëindigen. Er werd aldus ook een beroep gedaan op de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme). Het Gerechtshof ging niet mee in de standpunten van de bank. Zo overwoog zij:

4.6. De voorzieningenrechter heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat overeenkomsten als de onderhavige kunnen worden opgezegd. De voorzieningenrechter heeft daarbij terecht als maatstaf gehanteerd dat de uitoefening van de bevoegdheid de overeenkomst door opzegging te beëindigen in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid indien in de concrete omstandigheden van het geval geen voldoende (zwaarwegende) grond bestaat voor opzegging (HR 3 december 1999, NJ 1999, 120).

4.7. Hierbij moet enerzijds in ogenschouw worden genomen dat het voor rechts- en natuurlijke personen voor hun voortbestaan of functioneren van eminent belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem. Anderzijds moet de maatschappelijke functie van banken in het oog worden gehouden. Deze functie verlangt van de bank de grootst mogelijke integriteit, hetgeen onder meer meebrengt dat zij zich dient te distantiëren van activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. De maatschappelijke positie van de bank brengt echter ook mee dat zij de belangen van de individuele cliënt in het oog houdt en een relatie met deze slechts op grond van goede redenen en met toepassing van de vereiste zorgvuldigheid opzegt.

Een andere belangrijke uitspraak is die van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2013. Daar ging het om de opzegging van ING Bank N.V., waarbij een trustkantoor werd opgezegd, dit vanwege het feit dat het ging om een relatief klein trustkantoor, waarbij ING Bank aangaf dat de “compliance kosten” te hoog werden en dat, gelet op het feit dat er onderzoek was naar kleine trustkantoren, ING Bank de relatie wilde beëindigen. Ook hier verloor de bank. Het trustkantoor had aannemelijk gemaakt dat zij niet bij een andere bank terecht kon en bovendien had ING Bank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er juist bij dat trustkantoor iets mis zou zijn. Zo overwoog de rechter:

“Hoe zeer ook de wenst van ING om integriteitsrisico’s zo veel mogelijk uit te sluiten legitiem is, in de gegeven omstandigheden levert deze wens – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – niet zonder meer een zwaarwegende grond op voor opzegging van de overeenkomst met Lagrey.”

De rechtbank overwoog dan ook:

“Onder de hiervoor geschetste omstandigheden en na afweging van de betrokken belangen, kan dan worden geconcludeerd dat voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure de stellingen van Lagrey – dat geen zwaarwegende grond voor opzegging van de overeenkomst bestaat en dat de gevolgen van de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn – zal honoreren.”

Deze uitspraak over opzegging bank en de zorgplicht heb ik als advocaat financieel recht eerder uitgebreid besproken.

Uit de rechtspraak wordt duidelijk dat banken in beginsel het recht hebben de overeenkomst te beëindigen, maar dat zij daar wel zorgvuldig mee om moeten gaan. Er moet daadwerkelijk een gegronde reden zijn bij een vertrouwensbreuk en de bank kan bijvoorbeeld niet verwijzen naar algemene onderzoeken van een toezichthouder of dat het betreffende bedrijf zich binnen een branche bevindt dat hogere risico’s met zich meebrengt (bijvoorbeeld coffeeshops). Eerder schreef ik al een blog over deze opzegging bancaire relatie.

De omstandigheden van het geval zijn voor de vraag of de bank terecht heeft opgezegd van cruciaal belang. Is er bijvoorbeeld een concrete verdenking en/of daadwerkelijk risico voor de bank?

Als er echter daadwerkelijk een reputatierisico is, dan kan de bank zich terecht opzegging beroepen. Dit was het geval bij de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 2 september 2004. Daar ging het om de beëindiging van de relatie met de Seaport Marina vennootschappen, die waren verbonden aan Willem Endstra. De rechtbank overwoog:

“4.6. Vast staat dat er negatieve publiciteit rond de persoon van Endstra is geweest en dat negatieve publiciteit rond zijn persoon nog steeds mogelijk is. Zo is de persoon Endstra uitgebreid en herhaaldelijk in de publiciteit gekomen in relatie tot de onderwereld alsmede in relatie tot criminele geldstromen die via zijn vennootschappen en mogelijk ook via de bank (hebben ge-) lopen. De Rabobank heeft aangevoerd dat het niet alleen gaat om de persoon Endstra, maar dat het, in relatie tot de Seaport vennootschappen, erom gaat dat deze vennootschappen in het verleden en mogelijk ook nu nog betrokken kunnen zijn bij mogelijke activiteiten aan de hand waarvan negatieve publiciteit kan ontstaan en waarmee de bank in verbinding kan worden gebracht. In dat verband heeft de Rabobank – onweersproken – verwezen naar justitiële onderzoeken naar Endstra in privé en naar aan Endstra gelieerde vennootschappen, alsmede naar een door haarzelf uitgevoerd onderzoek naar de geldtransacties van de Seaport vennootschappen in 2002 en de niet afdoende (bovendien niet van een accountantsverklaring voorziene) antwoorden op haar vragen daaromtrent. Met deze feiten en omstandigheden heeft de Rabobank voldoende aannemelijk gemaakt dat de kans op reputatieschade aanwezig is. Het is immers niet vereist dat de door de Rabobank genoemde negatieve publiciteit feiten en gedragingen betreft welke door middel van strafrechterlijk bewijs zijn komen vast te staan.”

Wij worden veel geconfronteerd met opzeggingen op basis van de Wwft, reputatierisico/integriteitsrisico, waarbij het soms gaat om partijen die al veroordeeld zijn (hetgeen natuurlijk lastig maakt om te verweren tegen een opzegging), maar ook gevallen waarin er slechts een verdenking is van justitie. In Nederland geldt nog altijd de onschuldpresumptie, zodat in veel gevallen bezwaar maken tegen opzegging wel degelijk soelaas kan bieden. Dan moet verweer worden gevoerd tegen het vooruitlopen op een strafrechtelijke beslissing.

Opzegging bank en advies advocaat

Indien u wordt geconfronteerd met een opzegging, dan is het verstandig zo spoedig als mogelijk deskundig advies te vragen aan een advocaat financieel recht. Uit rechtspraak blijkt namelijk ook dat niet gewacht kan worden met het geven van een reactie en dat direct bezwaar maken en eventueel direct een kort geding opstarten van groot belang is om de overeenkomst te continueren.

Indien u geconfronteerd wordt met een opzegging of wellicht u andere vragen heeft over de zorgplicht van een bank, dan kunt u altijd contact opnemen met Blenheim.