10 maart 2016

Weigering vergunning burgemeester onrechtmatig

Categorie: Cannabis en recht

In de horeca en bij coffeeshops kan de burgemeester een vergunning weigeren (of verlof) of een bestaande vergunning intrekken. Bijvoorbeeld als sprake is van ‘slecht levensgedrag’ in de zin van de Horecawet en Wet Bibob. Er is inmiddels veel rechtspraak dat weigering van een vergunning vaak ten onrechte plaatsvindt wegens ’slecht levensgedrag’. Twee voorbeelden van onze advocaat bestuursrecht over weigering van een exploitatievergunning waarbij 2 burgemeesters de fout in gingen. Dat besluit tot weigering was onrechtmatig en maakt de gemeente schadeplichtig. Lees ook: beroep tegen intrekking vergunning.

Weigering vergunning onterecht volgens rechter

De grond voor weigering of intrekking vergunning is doorgaans: indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning (mede) zal worden gebruikt om (a) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of (b) strafbare feiten te plegen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (vergelijk de uitspraken van 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9799 en 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2279), mag de burgemeester die de aanvraag van de vergunning behandelt in beginsel van het advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) uitgaan, gelet op de expertise van dit bureau. De burgemeester moet zich er wel ter dege er van vergewissen dat het advies en het onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en de feiten de conclusies kunnen dragen. Dat is bijvoorbeeld niet het geval als de feiten voor de conclusie te weinig (directe) aanwijzingen bieden of in verschillende richtingen wijzen, onderling tegenstrijdig zijn of niet stroken met wat overigens bekend is. Bibob toetsing voor vergunningen komt ook uitgebreid aan de orde in mijn boek De strijd om schaarse vergunningen.

Onzorgvuldige weigering exploitatievergunning horeca

In een zaak in Den Bosch meende de burgemeester dat sprake was van ernstig gevaar voor strafbare feiten en hij ging over tot intrekking van de vergunning. Er zouden jaren terug fouten in de administratie zijn geweest en daar is een vergrijpboete voor opgelegd. Vreemd dat een burgemeester daarin jaren later een ernstig gevaar voor de toekomst ziet. Het riekt naar misbruik van recht. De burgemeester heeft niet inzichtelijk gemaakt welke “overige omstandigheden” voor hem een meer dan voldoende onderbouwing vormen voor de conclusie dat sprake is van een “ernstige mate van gevaar”. Talmen met een besluit over een vergunning is ook onzorgvuldig volgens de rechter: niet valt in te zien dat het besluitvormingsproces van de gemeenteraad om het aantal coffeeshops in de gemeente terug te brengen van vijf naar vier in de weg stond aan het beslissen op de aanvraag. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarmee is het besluit tot weigering van de exploitatievergunning van de coffeeshop onrechtmatig en heeft de exploitant recht op schadevergoeding. Uitspraak Rb. Oost-Brabant, 8 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1013.

Weigering vergunning coffeeshop Leiden

In de andere zaak van de Raad van State, uitspraak 24 februari 2016, 201500565/1/A3, werd de aanvrager in verband gebracht met de voormalige werkgever waartegen een strafrechtelijke onderzoek liep. Dat betrof een onderzoek over achterdeurfeiten (stash buiten de coffeeshop omdat en maar 500 gram in de coffeeshop mag zijn). De relatie met de voormalige werkgever zou “ernstige gevaar’ opleveren dat er weer strafbare feiten gepleegd zouden worden. Het ging echter om handelsvoorraad buiten de coffeeshop. En daar worden geen straffen meer voor opgelegd door de strafrechter. De betroken (voormalig) exploitant kreeg geen straf en de Raad van State besloot vier jaar (1) na de weigering van de vergunning voor de coffeeshop dat dit onterecht was. Het besluit tot weigering van de vergunning werd vernietigd. De coffeeshop is onterecht vier jaar gesloten geweest door het lichtvoetig optreden van de burgemeester.

Geen straf, geen slecht levensgedrag, geen grond weigering vergunning

Gelet op de strafrechtelijke uitspraken waarin geen straf wordt opgelegd wegens achterdeurfeiten heeft de burgemeester volgens de rechter onvoldoende gemotiveerd dat de strafbare feiten waarvoor aandeelhouder en bestuurder in de desbetreffende strafzaken worden vervolgd (maar niet veroordeeld), meebrengen dat de werknemer van slecht levensgedrag is. Het advies van het Landelijk Bureau Bibob en de door de burgemeester overgelegde informatie van de politie bieden geen grond voor een ander oordeel, aangezien de inhoud daarvan overeenkomt met of gebaseerd is op informatie in het strafdossier. de burgemeester ook deze weigeringsgrond voor de vergunning van de coffeeshop in Leiden onvoldoende gemotiveerd,

Weigering exploitatievergunning onrechtmatig

Het hoger beroep van de exploitant van de coffeeshop is gegrond. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Daarmee staat vast dat de weigering van de exploitatievergunning onrechtmatig is. De gemeente is daarmee schadeplichtig. De exploitant kan aanspraak maken op schadevergoeding gedurende de periode dat hij de coffeeshop niet heeft kunnen exploiteren. De burgemeester heeft daarmee het belang van zijn gemeente niet gediend. De Wet Bibob en de Bibob toets bij vergunningen is er niet voor bedoeld om het aantal coffeeshops in een gemeente te reguleren.